In het blauwe heenin
Hij zit daar maar. Voor het raam. Op een stoel dan nog, godverdomme. Hij verroert geen poot. Als zijn zitten nu nog maar de herinnering aan of de belofte van dienamiek in zich had gedragen, maar neeeh, stokstijf stil zit die zeikerd en het ziet er niet naar uit dat hij zich vandaag of morgen gaat bewegen, of dat hij zich gisteren nog bewogen heeft.
Eergisteren nog wel. Eergisteren wassi zo druk als een baasje. Echt waar. Gijlie haadt hem moeten zien! Hij was al zijn herinneringen op alfabetiese volgorde aan het leggen om ze vervolgens van A tot Z in te kunnen plakken als zijn van godvergeten vakansiephotoos. Daar lagen ze, overheen zijn gehele keukentafel: al zijn herinneringen. Allemaal. Er waren er bij die hem dierbaarder waren dan andere. Zo was er een herinnering aan het meisje dat zich voortbewoog in een doos waaronder wielen stonden. “Hier,” sprak hij, wijzend op die spesifieke herinnering, “daar.” Hier daar, zo praat die tiep nu eenmaal, ik kan er ook niks aan doen. “Hier:
we paarden in een emmer vol slagersmessen en ik werd wakker met het Zwaard van Damokles boven mijn kop!”
Want zo was het nu eenmaal gegaan, daar kon hij ook niks aan doen.
Er waren nog herinneringen. Er waren zowaar, eksjoewallie, nog vakansieherinneringen bij ook! Aan Ana. Spaanse Ana. Ana met het badpak. Ana met de tetjens. En zee, veel zee ook. Zoals dat hoort, met vakansieherinneringen. En nog, nog herinneringen waren er. Aan zijn ouders. De een halfdood, de ander halfdronken. Het kleine rode driewielertje, de teddybeer, de grote witte plastieken polisieauto. Zulke herinneringen waren er ook. En ze lagen daar allemaal. Op zijn keukentafel. Eergsiteren. Toen er nog aksie was (hij herinnert zich nog wel aksie).
Maar nu zit hij daar maar, op die stoel. Hij heeft zich helemaal leegherinnerd. Hij denkt niks meer, hij doet niks meer. Naja. Hij eet een appel, nu. Dat dan weer wel.
tim donker
Kies een column uit het archief via onderstaand menu.
Volgende week meer recensies op de Recensent.