• Auteur: Harry Mulisch
  • Titel: De Aanslag
  • ISBN: 902343918X
  • Uitgeverij: De Bezige Bij
  • Datum bespreking: 05-01-2004
  • Datum bespreking: 14 juli 2005

Het mysterie der werkelijkheid


Oppervlakkig gezien is Harry Mulisch met een aantal termen te omschrijven. Hij staat bekend als een ietwat ijdele schrijver, die (in een vrij slordige stijl) zijn boeken op een ingenieuze manier construeert. Zijn oeuvre omvat een groot scala aan onderwerpen en thema's (zoals overtuigend blijkt uit de website van Mulisch), die nauw met elkaar samenhangen. De rol van het toeval in het dagelijks leven, tijd en plaats, familieverhoudingen, oorlog en politiek spelen in het werk van Mulisch een belangrijke rol. De Tweede Wereldoorlog neemt in het oeuvre een centrale plaats in.

Het loont de moeite eens wat verder te kijken dan de oppervlakte. Tijdens de uitreiking van de AKO Literatuurprijs 2001, waar hij met zijn meest recente roman Siegfried voor was genomineerd, werd Mulisch door Maarten van Rossem gemaand eens op te houden over die oorlog. Zelden heb ik een dommer commentaar gehoord. Alsof Mulisch niet tijdens zijn hele schrijversleven heeft uitgelegd waarom de oorlog tot aan zijn dood een fascinatie zal blijven. In De zaak 40/61, een reportage over het proces-Eichmann in Jeruzalem in 1961 (Adolf Eichmann was in de Tweede Wereldoorlog verantwoordelijk voor de logistieke organisatie van de deportatie van de joden) schrijft hij bijvoorbeeld:

(...) de zaak Eichmann heeft meer met mij te maken dan ik zelf weet; en deze relatie gaat verder dan een thematisch verband met ander werk, dat ik heb geschreven of nog zal schrijven: mijn werk wijst zij naar iets, dat ik zoek. Ik kan natuurlijk zeggen: Eichmann is mijn vader. Maar dat is vervelend, dat moeten anderen maar zeggen. Ik zou ook kunnen zeggen: ik ben het zelf. Maar dat is te fraai. Ik kan ook zeggen: in het proces openbaart zich het mysterie der werkelijkheid. Maar dat heb ik al gezegd. Ik zou nu willen zeggen: hij hoort tot de twee of drie mensen, die mij veranderd hebben.

(De zaak 40/61, pagina 181)

Een van de boeken waarin de verschillende fascinaties van Mulisch, met name de oorlog en het toeval, op een wonderlijke manier samenvallen, is het bekende De aanslag uit 1981. Het werk is een hoogtepunt (een van de vele) in het oeuvre van Mulisch, en het is misschien een understatement het boek een belangrijk werk te noemen. Maar wat maakt De aanslag zo bijzonder?

Het boek verhaalt van een jongen van een jaar of twaalf, Anton Steenwijk, die in januari 1945 zijn ouders, zijn broer en zijn ouderlijk huis verliest als gevolg van Duitse represailles, nadat het verzet een hoge NSB'er, de politieagent Fake Ploeg, voor zijn huis heeft vermoord. In verschillende episoden wordt vervolgens uiteen gezet hoe Anton daar in zijn verdere leven mee omgaat. Tegelijk wordt de ware toedracht van de aanslag stukje bij beetje duidelijk, doordat hij tussen 1952 en 1981 bij toeval de meeste betrokkenen tegen het lijf loopt.

De roman is in de eerste plaats superieur vanwege de stijl. Subtiele beschrijvingen van details brengen de gebeurtenissen tot leven.

Ze deden het echt, er was al niets meer aan te doen! Het huis brandde van binnen en van buiten. Al zijn spullen, zijn boeken, Karl May, zijn Natuurkunde van het vrije veld, zijn verzameling vliegtuigfoto's, de bibliotheek van zijn vader, met de stroken groen laken tegen de planken, zijn moeders kleren, de knot wol, de stoelen en tafels: alles ging er aan. De soldaat schroefde zijn vlammenwerper dicht en verdween in het donker.

(De aanslag, pagina 41)

Erg geslaagd is ook de manier waarop Mulisch de gedachtenwereld van de 12-jarige jongen weet te beschrijven. Anton beseft maar nauwelijks wat er om hem heen gebeurt. De jongen is tijdens de gebeurtenissen natuurlijk bang en geschrokken, maar ook op een jongensachtige manier opgewonden: eindelijk gebeurt er iets! Als de Duitsers hem in een DKW zetten, let hij (naar later blijkt op het moment dat zijn ouders gefusilleerd werden en zijn broer op de vlucht vermoord) bijna meer op het dashboard van de auto dan op de dramatische verwikkelingen buiten.

Voor het eerst van zijn leven zat hij in een auto. Vaag zag hij het stuur en de meters. In een vliegtuig zaten nog veel meer meters. In een Lockheed Electra, bij voorbeeld, zaten er wel vijftien; en twee sturen.

(De aanslag, pagina 38)

Ook het verwerkingsproces na de oorlog heeft deze dubbelheid. Anton doet geen moeite de toedracht van de gebeurtenissen te achterhalen. Hij zegt dat hij vrede heeft met de gang van zaken, maar de lezer kan zich afvragen of dit echt zo is. De psychische ineenstorting die Anton in de jaren zeventig beleeft, duidt op het tegendeel.

Hij merkte dat zijn tanden klapperden, als van een kind dat uit zee komt, maar hij kon er niets aan doen. Het was iets met de wereld, niet met hem, de krekels snerpten, hijgend liep hij het huis weer in, het rood van de tegels.

(De aanslag, pagina 213)

Toeval speelt een doorslaggevende rol in het verhaal, zoals eigenlijk in alle boeken van Mulisch. Dat het gezin Steenwijk zo zwaar werd getroffen, is te wijten aan een, deels toevallige, maar voornamelijk schrijnende samenloop van omstandigheden. Tegen zijn wil wordt Anton in de decennia die volgen steeds meer duidelijk over de noodlottige gebeurtenissen, doordat hij telkens op eenzelfde toevallige manier (vaak op momenten die ook in de wereldpolitiek doorslaggevend waren) puzzelstukjes krijgt aangereikt van een van de betrokkenen.

De roman is knap geconstrueerd. Alles hangt met alles samen, de details zijn tegelijk alomvattend. De aanslag is zelfs zo goed geconstrueerd, dat ook de fouten een functie hebben. Dat Anton de gebeurtenissen verdringt, wordt overtuigend beschreven door middel van verschillende vergissingen die Anton maakt als hij over de bewuste avond vertelt. Tijdens de aanslag is de familie Steenwijk bezig met een spelletje Mens-erger-je-niet. Maar tijdens de ontmoeting in 1966 met de verzetsman die de aanslag pleegde, zegt hij dat hij zat te lezen toen hij de schoten hoorde. De roman wemelt van dit soort kleine details, en die maken het geheel niet alleen geloofwaardig, maar ook aangrijpend.

De aanslagMen zou kritiek kunnen hebben op het geconstrueerde van de roman, ware het niet dat het iets wezenlijks zegt over wat Mulisch zelf in De zaak 40/61 'het mysterie der werkelijkheid' noemde. Hij bezigde de term in verband met het proces-Eichmann, maar men zou het evengoed van toepassing kunnen laten zijn op de oorlog, en de andere thema's waar Mulisch zich mee bezighoudt. Thema's als 'toeval' en 'oorlog' hangen in deze werkelijkheid, dit universum van Harry Mulisch, nauw met elkaar samen.

De werkelijkheid is vaak niet minder toevallig dan de literaire werkelijkheid. Het gaat er alleen om de verschillende verbanden te signaleren, en Mulisch is daar een meester in. Je zou haast gaan denken dat er een godheid is die het leven op aarde dirigeert. In De ontdekking van de hemel (1992) is daar zelfs letterlijk sprake van. Mulisch pakt in De aanslag minder groot uit, maar laat op vergelijkbare wijze een glimp zien van het mysterie. De Tweede Wereldoorlog neemt in dit geheel een even noodlottige als noodzakelijke plaats in. Als dat in een van zijn boeken mooi tot uiting komt, dan is dat wel De aanslag.

Edwin Fagel