De hele aanleiding voor de Gouden Lijst en de bijhorende Tiplijst is de laatste weken al meermaals in verschillende media besproken. Die ga ik dus niet nog een keertje uit de doeken doen. Wie het allemaal heeft gemist, kan terecht op de site van de Gouden Lijst. Wie enkel het eerste deel van deze Gouden Tips heeft gemist, klikt hier.
Ondertussen heb ik nagenoeg de hele tiplijst afgewerkt. De vrees dat zulks zou uitdraaien op een obligaat doorworstelen van de aangeprezen boeken bleek gelukkig ongegrond. Wat meteen het beste bewijs is voor de diversiteit en de kwaliteit van de genomineerde werken.
Imme Dros - Mee met Aeneas
‘Kijk. Er zijn grote zangers, goede zangers en zangers die het goed doen bij een groot publiek. Dat zijn misschien niet de beste maar ze worden het meest gevraagd. Nu ik zo oud geworden ben dat ik de waarheid onder ogen durf te zien wil ik er wel voor uitkomen dat ik bij de laatste groep hoorde.’
Met die woorden begint het verhaal van de Trojaanse Arion in Mee met Aeneas. Door zijn middelmatige stem zou hij nooit zijn vader kunnen opvolgen als zanger. Hij was voorbestemd om boogschutter te worden, een eervol maar weinig zekerheid biedend beroep ten tijde van de grootste oorlog uit de geschiedenis van Griekenland. Wanneer zijn oudere en muzikaal veel talentvollere broer zelfmoord pleegt, neemt Arions leven echter een totaal andere wending. Zijn ongelofelijke geheugen en zijn flair voor het componeren van nieuwe liederen vallen bovendien goed in de smaak en al snel wordt de jonge zanger uitgenodigd op het paleis. Daarna gaat alles snel: de gekke Kassandra draagt hem op de overlevenden te vergezellen na de val van Troje. Wat oorspronkelijk een gril lijkt van een prettig gestoorde jongedame, wordt gruwelijke werkelijkheid.
Imme Dros gebruikte al eerder de klassieke oudheid als basis voor een hedendaagse vertelling. Met Mee met Aeneas sluit ze als het ware de cirkel die begon met de Illias en de Odysseia. In dit verhaal lezen we hoe het afloopt met de verliezers wanneer de jarenlange strijd om Troje eindelijk is afgelopen. Wat ze haar lezers voorschotelt is echter allesbehalve een klassiek cultuurhistorisch epos, maar een spannend reisverhaal vol monsters, storm en vijandigheden. Minstens even belangrijk is de info die we meekrijgen over het ontstaan van de mythen en de heldenverhalen. Want de jonge zanger gelooft zelf niet zonder voorbehoud in de vertelsels over de goden. En de zaken die de hoofdrolspelers van die tijd worden toegedicht, zijn vaak al helemaal niet waar. Dat heeft Arion van dichtbij kunnen vaststellen. Waarom hij dan toch zijn steentje bijdraagt aan deze mythevorming? Omdat het zijn werk is. En daarvan wil hij eer behalen. En hoe kan dat beter dan met groots en weids drama?
Door de keuze voor deze verteller neemt Dros meteen een grote afstand van de originele verhalen van Homeros en Vergilius. Het verhaal wordt hier chronologisch verteld door Arion, die zich uiteraard in de ideale positie van verslaggever bevindt. En dat is precies de sterkte van dit boek. De verslaggeving van Arion brengt ons niet alleen het bijzonder levendige relaas van de laatste oorlogsdagen en de reis, maar ook een inkijkje in wat die gebeurtenissen zoal veroorzaken in het leven van de betrokkenen: een groep vluchtelingen op zoek naar een nieuw land.
Mee met Aeneas werd daardoor een erg actueel verhaal over historische en mythologische feiten.
Jesse Goossens - It's a wonderful life
Wat de historische draagkracht betreft, staat It’s a wonderful life lijnrecht tegenover het vorige boek. Toch moet het er eigenlijk niet voor onderdoen. In haar eerste jeugdboek vertelt Jesse Goossens het verhaal van de zeventienjarige Anna en haar meest waardeloze vakantie. Althans, zo kondigt de zomer zich aan. Want terwijl haar vrienden zich helemaal verliezen in seks en drank op het strand van Salou, en haar ouders, broer en zus naar goede gewoonte op de naaktcamping in Frankrijk zitten, vertrekt zij naar Muffindale, een onooglijk gat in de Verenigde Staten.
Maar in het grote huis dat ze daar helemaal voor zichzelf heeft – zij het zonder internet of televisie –voelt Anna zich wonderwel thuis. Meer dan ze zich in Nederland ooit thuis voelde. Toch gebeurt er niets wereldschokkends: Muffindale is een klein, ontzettend saai dorp waar de aankomst van de toeristentrein het dagelijkse hoogtepunt vormt. Maar Anna leert er een aantal bijzondere mensen kennen, waaronder de plaatselijke begrafenisondernemer, de bakker, de serveerster, een oud joods echtpaar en de eigenares van een winkeltje waar meer rommel dan antiek wordt verkocht. En dat op zich is al uitzonderlijk, want in haar eigen stad kende ze nagenoeg niemand.
Ook in dit boek gebeurt er niets wereldschokkends. Toch is dit een verhaal dat je moeilijk neer kunt leggen, want net het totale gebrek aan actie houdt de lezer bij zijn nekvel. Ook al gebeurt er niets, dan nog willen we weten hoe dat is. En waarom. En dat beschrijft Jesse Goossens op een bijzonder fijne manier. Bovendien is Anna bepaald geen alledaags personage. Ze is absoluut bezeten van films en dreunt hele citaten op, wat haar af en toe een meewarige blik oplevert of zelfs in de problemen brengt. Enkel het adoptieverhaal dat halverwege wordt opgedist was een tikje overdreven, en dreigde het boek toch nog bij de typische probleemboeken te doen belanden. De lijntjes die uitgeworpen werden naar mogelijke beroemde ouders of Joodse afkomst, deden het verhaal dan ook geen goed. Een klein mankement in een boek dat verder een echte aanrader is.
Evelien De Vlieger - Brei met mij
En kijk, ook het volgende boek in de rij is er eentje met een sterk vrouwelijk hoofdpersonage. Al is het er dan eentje met een serieuze hoek af. In Brei met mij krijgen we het verhaal van Heide. Ze is zestien en worstelt met het leven. En met haar moeder, die maar niet volwassen lijkt te worden en er bovendien ook nog een baby bij heeft. Wanneer die moeder dan ook nog met haar vriendje staat te zoenen (wat Heide zelf nog niet was gelukt!), heeft Heide het helemaal gehad. Ze loopt van huis weg en neemt haar babybroertje Linus mee.
Tot daar lijkt dit misschien de synopsis van een doorsnee puberboek met doorsnee puberproblematiek. Maar het is zoveel meer. Waar het verschil zit? In het karakter van Heide, die sociaal lichtjes onaangepast is, schrik heeft van het leven en denkt dat het breien haar een soort mysterieuze aantrekkelijkheid verleent. In de relatie van Heide met haar broertje Linus, zonder wie ze niet meer lijkt te bestaan. Ze zorgt voor hem, bemoedert hem en heeft hem tegelijkertijd ontzettend nodig. Maar het is pas wanneer ze van huis weg gaat, dat ze beseft dat haar relatie tot de baby meer is dan wat die zou moeten zijn tussen broer en zus. En minstens evenzeer in de stijl van het boek, die aandoenlijk is en tegelijk grappig, meeslepend en origineel, en nergens melodramatisch of tranerig.
Brei met mij heeft het dus allemaal: een intrigerende titel, een pracht van een kaft, een hoofdpersonage om afwisselend warm en koud van te worden, en schitterend taalgebruik. Dat viel enigszins te verwachten, want de voorloper van dit boek, De Vliegers debuut Blijven slapen (2005, Clavis), haalde al de longlist Gouden Uil Jeugdliteratuur. Voor wie het nog niet door had: dit boek had wat mij betreft best op de shortlist mogen staan.