• Auteur: Ted van Lieshout
  • Titel: Ik ben een held
  • Uitgeverij: Nieuw Amsterdam
  • ISBN: 9789046804728
  • Leeftijd: 5+
  • Titel: Het is een straf als je zo mooi moet zijn als ik
  • Illustrator: André Sollie
  • Uitgeverij: Leopold
  • ISBN: 9789025839949
  • Leeftijd: 7+
  • Titel: Twee ons liefde
  • Uitgeverij: Leopold
  • ISBN:9789025852504
  • Leeftijd: 9+
  • Datum bespreking: 29 September 2009

Ted van Lieshout is een held; Twee dichtbundels en een verhalenbundel


Ted van Lieshout is een held
Dat zeg ik uiteraard niet zomaar, ik kan het bewijzen. Naast de verschillende boeken van zijn hand die het voorbije jaar verschenen en stuk voor stuk bijzonder goed onthaald werden, mocht van Lieshout op 24 september 2009 de Theo Thijssenprijs in ontvangst nemen (Zie daarvoor het filmpje onderaan deze pagina). Deze driejaarlijkse oeuvrebekroning van een schrijver van oorspronkelijk Nederlandstalige literatuur voor kinderen of jongeren is de hoogste onderscheiding die je in dit taalgebied als jeugdboekenschrijver kunt krijgen. De Theo Thijssenprijs is de opvolger van de Nederlandse Staatsprijs voor Kinder- en Jeugdliteratuur en wordt sinds 1988 uitgereikt door de Stichting P.C. Hooft-prijs. Vorige bekroonden waren Willem Wilmink, Wim Hofman, Els Pelgrom, Toon Tellegen, Joke van Leeuwen, Imme Dros en Peter van Gestel. Een lijst om u tegen te zeggen, en Ted van Lieshout past daar ontegensprekelijk tussen.
Maar dat is niet alles. Enkele maanden geleden sleepte zijn dichtbundel Spin op Sokken een Zilveren Griffel in de wacht en onlangs mochten we een herdruk van Gebr. en de verzamelbundel Hou van mij verwelkomen. Alsof dat alles nog niet genoeg was, riep van Lieshout samen met Hans Hagen deze zomer de Gouden Lijst in het leven, een nieuwe literaire prijs voor oorspronkelijk Nederlandstalig werk voor 12+, als reactie op het verdwijnen van de Zilveren en Gouden zoenen. Een neerslag van het gesprek dat ik naar aanleiding van die prijs met hem had, kunt u eerstdaags lezen in de volgende Leeswelp.
Hoog tijd dus om een aantal van zijn meest recente publicaties tegen het licht te houden.

In het najaar van 2008 verscheen bij Uitgeverij Nieuw Amsterdam een herdruk (de 5e zomaar eventjes) van het fantastische Ik ben een held. Het boek verscheen voor het eerst in 1990, won in 1991 een Vlag &Wimpel en werd datzelfde jaar nog getipt werd door de Kinderjury. Op de achterflap krijgen we de inleiding te lezen:

‘Pap, lees je voor?’ vroeg ik.
‘Nee,’ zei hij, ‘dit boek is te eng. Er komt een monster zonder kop in voor! En een spook onder het bed! En een vis met scherpe tanden! Ik durf niet te kijken, hoor. Lees het boek zelf maar. Dat kun je best. Je hebt al een half jaar les.’

En zo weten we meteen wat de essentie is: een verhalenbundel met drie hilarische heldenverhalen over vader en zoon en hond Snoet. In het eerste verhaal ‘Botteboe’, doet de verteller een sinistere ontdekking. In de tuin vindt zijn hond allerlei vreemde botten. De griezelige vertellingen van zijn vader zetten zijn fantasie in gang en die nacht heeft hij een bijzondere ontmoeting, waar hij bijna zijn billen bij inschiet. In ‘Blootspook’ maakt de jongen kennis met een verlegen spook, en in 'Blauwvis', krijgt hij van zijn vader een vis cadeau. Maar als snel blijkt dat het beestje in de kom niet bepaald een goudvis is.
De verhalen in deze bundel zijn fantasievol en ontzettend grappig. Bovendien zijn de rollen van vader en zoon telkens het omgekeerde van wat je zou verwachten. Waar de vader faalt, schrik heeft of ronduit in paniek schiet, krijgt de zoon het telkens weer voor mekaar om alles tot een goed einde te brengen.
Waar andere auteurs voor dit soort verhaal een karrenvracht aan talig materiaal zouden nodig hebben, klaart Ted van Lieshout de job met eenvoudige woorden en korte zinnen. In een taal en stijl die zich uitstekend lenen voor beginnende lezers, zet hij deze absurde, spannende verhalen trefzeker op papier. Er staat geen woord te veel of te weinig, en het geheel is wonderwel in evenwicht.
De leuke kleine illustraties die losweg door de tekst heen lijken gestrooid, maken alles af. Ze zijn beweeglijk, expressief en ontzettend grappig. Ook hier koos van Lieshout weer voor eenvoud. Geen ingewikkelde composities of spetterende kleuren, maar kleine kunstwerkjes met enkel blauw als steunkleur. Een pareltje!

In de dichtbundel Het is een straf als je zo mooi moet zijn als ik staan de liedteksten die Ted van Lieshout schreef voor Het Klokhuis. Het langlopende televisieprogramma met een belangrijk educatief gedeelte is in Vlaanderen niet zo bekend, maar ook zonder de muzikale vertolkingen blijven de teksten absoluut de moeite waard.

Ted van Lieshout wint Theo Thijssenprijs, filmpje van Uitgeverij Nieuw Amsterdam:

De verhalende gedichten zijn op rijm gezet en hebben een vlot metrum. De thema’s die aan bod komen zijn heel uiteenlopend, maar toch bevat de bundel een grote eenheid. De personages in de gedichten lijken namelijk allemaal op de een of andere manier op zoek naar zichzelf. De ene keer staat uiterlijke schoonheid centraal, bij een model dat liever lelijk was geweest, een andere keer gaat het over vaderschap of seksuele voorkeur, nog een andere keer gaat het over schaamte en liefde.
Maar de grootste constante is de trefzekere nuance waarmee van Lieshout erin slaagt om een gevoel van herkenning op te roepen en de lezer in zijn hart te raken. Zoals in het gedicht ‘Hoe diep’:

[…] Voorlopig schaam ik mij nog door.
Twee blote lijven vind ik goor,
omdat ik nog bij niemand hoor
die ’t mijn al van buiten kent.

Mooie gedichten die diepe vragen oproepen en geïllustreerd werden door André Sollie.

‘Op een dag ging ik de wijde wereld in om boodschappen te doen voor mijn moeder. Ik kwam poëzie tegen. Overal poëzie.’ Ik weet niet hoe het met u zit, maar met een flaptekst als deze ben ik alvast niet meer te houden. Van Lieshout is namelijk een dichter die erin slaagt om schitterende poëzie te schrijven over zo ongeveer alles. Jonge of belegen kaas, bizarre straatnamen, Maggiblokjes, een tube-uitknijper in vreemde talen, appelmoes of wc-papier, het kan allemaal. Dat levert hilarisch grappige gedichten op, maar ook fijn humoristische, gevoelig ontroerende en – gewoon – bijzonder originele gedichten. Een smaakmaker:

Er loopt een meneer voor me met een gemeen been
(vals klinkt zo onaardig). Hij heeft het niet verstopt.
De zomer is heet en zijn echte been wil in een korte
broek, en dus moet zijn gemene been ook bloot.
[…]
Ik loop hem expres zo langzaam mogelijk voorbij, want ik wil
niet dat hij denkt dat ik pronk met twee echte benen en dat
inwrijf door bijvoorbeeld te gaan huppelen. Ik draag trouwens
ook geen korte broek en sandalen, maar wel sokken.
Het liefst wil ik omkijken en zien hoe een meneer met een
gemeen been er van voren uitziet, maar ik durf niet. Ik heb
sowieso geen tijd, want de bakker is bijna dicht! Ik moet hollen
en hopen dat hij snapt dat ik het doe voor mijn moeder.

Die originele manier van omgaan met de soms banale werkelijkheid is ook doorgetrokken naar de vormgeving van het boekje. Tekst en beelden zijn met elkaar versmolten en vormen één schitterend geheel. Er wordt gespeeld met lettertypes, voetnoten en plattegronden, en de typische van Lieshout-illustraties worden afgewisseld met foto’s van onder andere een blikje ‘Liefde op siroop’, een blad sla in hartvorm en Ted van Lieshout zelf, die met uitgestoken tong aan een bouillonblokje likt.

Er staan nog een paar bijzondere boeken van Van Lieshout in mijn kast te wachten. Maar die hou ik liever voor een volgende keer. Mooie dingen moet je liefst doseren, en dat is met boeken niet anders.

Tine Mortier