Godverdoemme. Daar speelde Mira seffekens flink met mijn kloten zeg! Twee nummertjes lang dacht ik dat Mira te klasseren was onder lichtvoetige, enigszins naïeve nietsaandehand-pop voor schatten van meisjes die K3 net ontgroeid zijn (of moet dat tegenwoordig K2 zijn?). Izzeme dat even buiten de waard gerekend! De efebe die heur oor te luisteren lei bij Stukken van mensen zou er denkelijk rap niet goed van geweest zijn.
Twee nummers lang peinsde ik Wat hier nu mee aan te vangen? Dit is je net-iets-serieuzere vlamingpop, vlak voor Eddy Wally overgaat in Willy Sommers, of andersom. En de bio dan nog schrijven dat Jean Marie Berckmans nee Aerts natuurlijk truttemie! gestrikt was om een rauwere sound te bewerkstelligen.
Twee nummers lang peinsde ik Shit hee als dit de door n ex-Tc Matic opgerauwde Mira is, hoe ongekend suf klinkt de onrauwe Mira dan niet?
Twee nummers lang rekende ik buiten de waard.
Want als het loos gaat op Stukken van mensen gaat het loos. In vogelvlucht: het derde nummer is een sensueel, zwoel nummer, suggestief, Zuid-Amerikaans; in het vierde regent het droefnis en wordt er alras kippenvel op heel u stom lijf gezet; nummer vijf eindigt in een lieflijk, droefgeestig, sjarmant, enigszins beschonken marsje; het zesde nummer is opzwepend en wordt opgesierd met snerpende electronica; het zevende paart n zekere onderkoeldheid aan n voortdenderende ritmiek; het achtste klinkt neuroties, losgeslagen en op een haar na hiesteries; het negende is een waitsiaans dronkenmanslied; het tiende nummer is een met minimale middelen opgebouwde song van zeer intense en welhaast verstikkende schoonheid en het elfde nummer, het laatste, is een redelijk gewone pianoballade maar dat mag ook wel eens nadat ongeveer elke emosie die n mens hebben kan is aangesproken: het einde is er dan ook naar- troostrijk, warm en koesterend.
En dat zeg ik alleen dit nog maar om niet alles te zeggen dat ik werkelijk over de muziek op deze seedee kan zeggen. De eerste twee nummers zijn kennelijk alleen maar daar om u zand in de ogen te strojen. Opdat niet zomaar elkendeen de pracht die volgt te zien zou krijgen. En gelijk heeft ze, deze Mira. Pracht als deze is om met Simon Joyner te spreken “meant to be kept hidden”.
Dat zeg ik alleen al over de muziek. Want naast alle muzikaal genot, is er tekstueel ook genoeg te halen. De manier waarop Mira het leven bezingt, is waarschijnlijk alleen in Vlaanderen denkbaar. Dat betekent onder andere dat u alvast geen kliesjees hoeft te verwachten. Zo is In zes stappen een op de six handshakes-tejorie gebazeerde ode aan een doorgaans erg vergeten mens in de samenleving: de oppervlakkige kennis! Zingt Mira: “ze zeggen wel eens: vrienden zijn een noodzaak//mensen die u beter kennen dan gij zelf//maar geef nu toe: een vriend is een klootzak//een spiegel die u altijd weer de waarheid vertelt//ga voor de vluchtige maar tijdloze contacten//ga voor de klapkes over ’t werk en over ’t weer//kennissen zijn altijd voor smalltalk te vinden//en nooit kwaad als g’hunne verjaardag vergeet”.
In Kant en klaar gerecht gaat het over eenzaamheid. Diepe eenzaamheid, maar te verdragen dankzij het kant en klaar gerecht. En daar komt bij nader inzien eigenlijk geen vent tussen: “er zijn er die goe kunnen praten//er zijn er die zelfs wegblijven van hun maten//er zijn er die mij kunnen doen stoppen met roken//maar zelfs als ze geweldig kunnen koken//liggen hun kaarten slecht//want geen band is zo hecht//als die tussen mij en mijn kant en klaar gerecht”
En in Ik mag ni klagen beklaagt Mira zich erover dat het zò goed met haar gaat dat ze eigenlijk niks te klagen heeft. Aldiegenen die zich in diepe ellende bevinden kunnen klagen, maar die verdommen het. En Mira, die zo graag zou willen klagen, heeft eigenlijk niets om over te klagen.
Doch wie bij nu denkt dat Mira n soort veredelde kaberetjère is, rekent –weeral- buiten de waard: Dansmarieke is een bijna wrede song over een meisje dat niks anders meer heeft om voor te leven dan haar optreden als majorette. Ze zal nogal eens schitteren, de mensen zullen nogal eens opkijken en ze zal dansen met de prins carnaval (“als tenminste uwe stok ni valt”); in Checken checken checken gaat het over dwangneurose die zo hevig is dat zelfs uw dood er geen einde aan kan maken: “lig ik in mijn graf, ligt er zand op mij//lig ik in mijn kist, ben ik eindelijk vrij//wenen de mensen, wenen ze hard//of lachen ze, dansen ze op mijn graf” en in 8 miljard helden wordt het soort massahysterie op de korrel genomen dat tegenwoordig vaste prik lijkt te zijn als er weeral iemand een politicus om zeep geholpen heeft, een sineast naar de andere wereld stuurde of zijn auto tegen een monument in Apeldoorn parkeerde. Iedereen moeit zich, iedereen is in rep en roer, er is behoefte aan een sterke man, aan nu eindelijk eens orde op zaken, de schouders moeten eronder, ieder moet een duit in het zakje. Iedereen moet een held zijn. En ook vanuit onverwachte hoek komt er bijval: “de belspeldel weet het antwoord wel//’t was god die gister belde//Hij komt eraan, met 8 miljard helden”.
Wie door die eerste twee nummers heenbijten weet (of gewoon lekker gemakzuchtig de seedee bij het derde nummer instart), heeft aan Stukken van mensen een veelzijdige, grappige, moje, ontroerende en hyperintelligente seedee. Zeg maar dat ik het gezegd heb.