• Auteur: Robert Anker
  • Titel: Fortuyn en Liefde
  • Uitgever: Querido
  • ISBN: 9789021435365
  • Datum bespreking: 19 Mei 2009

het moment van schaamte


en dan komt//

en dan komt nu het moment van schaamte, goede lezer, het diepe moment van schaamte waarop//

en dan komt hu het moment van diepe schaamte waarop ik moet toegeven, goede lezer, dat ik de naam Robert Anker pas dit jaar heb leren kennen. Het is misschien als met die kollega van mij. Die is in 1970 gestopt de popmuziek te volgen. Zegt hij. En sedert maar een keer gezondigd. Dat was toen hij Bie helemaal boven zijn wenkbrouwen zag gaan over een plaatje van The Police. Dat plaatje heeft hij gekocht. Daarna is hij zich weer gaan houden aan zijn dieet van pre-jarenzeventigpopmuziek. Dus. Misschien is het zoiets. Want ik heb in alle eerlijkheid iets diergelijks met literatuur: het meeste wat ik lees is geschreven voor 1980. Natuurlijk niet –zoals bij die collega- vanwege een bewust in ’80 genomen beslissing. In 1980 was ik nog maar een broekevent. Het is slechts in retrospekt dat voor mij de literatuurgeschiedenis eindigt in ’80. En ik zondig ook vaker dan die kollega. Ik wil af en toe ook kontemporaine schrijvers lezen. E en Berckmans bijvoorbeeld, al is die nu ook al dood. Hoe gewend en gekeerd verder ook: het zijn toch de pre-tachtigers die mijn boekenkast domineren, en dan heb ik het niet over de literaire stroming.

Een nadeel aan deze blikvernauwing is dat je met je rug naar de zon staat. Ik zie wat gisteren geweest is, maar wat er vandaag gaande is of wat morgen gebeuren zal, onttrekt zich aan mijn waarneming. En dat voor een kritikus dan nog! Tissunschande! Of dat zou het wel moeten zijn! Een kritikus zou wil hij goed geïnformeerd blijven eigenlijk de nieuwsbrieven van alle uitgeverijen in zijn elektroniese postvak moeten ontvangen. Of in elk geval die van Querido, want die hebben met Pjeroo Roobjee, Astrid Lampe en Hedda Martens nog de interessantste der kontemporaine schrijvers in de stal.

Wel.

In Raster 123/24, Het Einde, verschijningsdatum februari 2009, las ik het gedicht In de blubber van Robert Anker. Met afstand het beste gedicht dat ik in 2009 gelezen heb. Maar nu dan dat moment van schaamte: ik peinsde dus dat Anker een nieuweling was! Niet direkt een debutant nee, maar dat die man ZOVEEL titels op zijn naam zou hebben als nu gebleken is, had ik in geen eeuwen gepeinsd. Het was ook geen naam die ik passief kende. De namen die je leest op de ruggen van de boeken als je weer es in de twedehandsboekwinkels loopt te vlojen. Dat vlojen gaat teloor, las ik laatst ergens. Durmenschen vlojen niet meer. kSta dur inderdaad meestal alleen, in die twedehandsboekwinkels ja. Maar echt druk wassuttur in mijn beleving toch al nooit.

Zoekende naar de pareltjes stuit je ook op heel veel andere namen, vaak dezelfde namen, namen die je derhalve na verloop van tijd dan ook wat gaan zeggen, al is het maar passief. Maar zelfs in mun passieve kennis zatti niet, Anker.

Terwijl toch. Hij in het twedehandssirkwie zeker niet ondervertegenwoordigd is, zoals me is opgevallen nu ik zijn naam WEL ken (en dan nog aktief ook!). Ik heb dan ook in de zwizzentijd vele boeken (romans & verhalenbundels) van hem in mijn hand gehad en zoveel is me duidelijk geworden: dat hij wijd en zijd geroemd wordt om zijn stijl.

Hum.

Sja.

Das vreemd.

Want wat ik in Fortuyn en Liefde enigszins als een nadeel ervaar, is juist het ontbreken van een eigen, tiepiese, onmiskenbare, “signature”-stijl. Dat je zelfs lezende in een geblindeerd boek (dus met de schrijversnaam overal konsekwent afgeplakt) kunt uitroepen: maar dat is schrijver X! Kan niet missen! Of moet ik het tiepies ankeriaanse nog leren kennen?

Maar laat ik beginnen waarut hoort: bij het begin.

Robert Anker

Fortuyn en Liefde dus, een verhalenbundel van die tiep die Robert Anker is en die heeft een veel rijkere geschiedenis dan ik vermoedde. Er kleeft in het algemeen een nadeel aan verhalenbundels. U weet hoe dat gaat: je zit lekker te lezen, je geraakt in de kadans der gebeurtenissen, je geraakt vertrouwd met de personaazjes, je begint de beschreven omgeving zo langzamerhand te kennen als de binnenkant van je sokken – dit zijn mensen die je kent, in een wereld waar je de weg weet, beschreven in een taal die je spreekt. EN DAN IS HET GODVERDOMME INEENS GEDAAN! Waar sommige romans nog wellerus te lang blijven doorzeuren, is het kortverhaal meestentijds juist te rap voorbij. Tenzij je dus die eigen onvervreemdbare stijl hebt. Laat ons zeggen, iemand als Daniil Charms ofzo. Die schreef hele korte verhalen. Maar die boden wel allemaal diezelfde wereld, gezien door die absurdistiese Charms-bril zodat de “leeskadans” nergens onderbroken werd.

Daaraan ontbreekt het wat mij betreft bij Anker. De lezer krijgt in 303 bladzijden liefst 33 verhalen voor zijn kiezen. En ik zou geen enkele gemeenschappelijke noemer kunnen bedenken voor die verhalen, behalve dan dat ze allemaal door Robert Anker geschreven zijn.

De lengte varieert sterk: van een halve bladzijde tot veertig pagina’s.

De hoofdpersonen variëren. Zij zijn man, vrouw of kind. Vriendelijk, voornaam, ploertig, wereldvreemd, soosjaal of gewoon raar.

De tijd varieert. De verhalen spelen zich zowel in het heden af als in het voorbije.

De zweer varieert. Er zijn ontroerende, grappige, zware, mystieke, leutige en surrealistiese verhalen.

Robert Anker - Fortuyn en liefde

Misschien dat je zou kunnen zeggen dat in de meeste verhalen eenlingen sentraal staan. Maar lang niet in alle. Misschien zou je kunnen zeggen dat in de meeste verhalen een lichte vervreemding vigeert. Maar lang niet in alle. Misschien zou je kunnen zeggen dat de lezer bij de meeste verhalen wordt achtergelaten met het gevoel dat er “ergens” “iets onaanwijsbaars” “niet klopt”. Maar ook dat is lang niet met alle verhalen het geval.

Zodat het me, in tegenstelling tot bij lezing van het gedicht In de blubber, hard valt om het tiepies eigene aan deze verhalen aan te wijzen. Ik ga dan ook niets uit deze bundel sieteren, goede lezer. Ik kan geen passaazje bedenken die representatief is voor het geheel. Elke afzonderlijke, willekeurig uit Fortuyn en Liefde te prikken passaazje kan verneukeratief zijn voor elkendeen die bij lezing van zulk een passaazje denken zoudet Hah! Dat boek lijkt mij wel wat! – want het boek als geheel zou hem dan nog danig kunnen tegenvallen.

Deze veelstemmigheid wordt ook geroemd op het achterplat. Staat er: “(…) in stijl en inhoud valt een verbazingwekkende verscheidenheid op. Veel van de verhalen verstaan zich namelijk op een of andere manier met bestaande genres of verhaaltypes. Zo is er een stripverhaal zonder plaatjes, een burlesk misdaadverhaal, een jongensboek, een verhaal met magisch-realistische trekjes, een parodie.”

In 1ste instansie had ik dat stukje over dat stripverhaal veels te vluchtig gelezen en ik peinsde dat er in het boek een stripverhaal was opgenomen. En ik dacht Wow! Een literator met een kaal hoofd en een jasje met vier knoopjes op de mouw en een duur uitziend horloozje om zijn pols neemt het strip-genre zereneus! En ik verkneukelde mij reeds en raasde langsheen de pagina’s op zoek naar dat stripverhaal.

Maar het gaat dus om een stripverhaal zonder plaatjes. Bedoeld wordt waarschijnlijk het (overgiens tamelik grappige) verhaal Dikkie Pos dat bol staat van overtrokken, cartoonesk geweld tussen een leraar en een leerling.

Enniehoe, het moge hier gekomen duidelijk zijn dat Anker vele genres aankan. Wat zijn kracht is. Maar lijk het kliesjee wil: deze kracht is tevens zijn zwakte.

Elk boek eist zijn eigen lektuur. Er zijn haast evenzovele leesvormen als er boeken zijn. Daarover heeft Anthony Mertens (ook hij nu dood) reeds een en ander geschreven. Lezen kan gebonden zijn aan een lokaasie, en daarbij is de ene lokaasie de andere niet. Het pleelezen verschilt van het badlezen, lijk het bedlezen van het banklezen verschilt en het tuinlezen van het strandlezen. Maar ook de aandacht en de fokus van de lezer wordt door elk boek opnieuw afgedwongen. En zo ook verschilt het leestempo niet alleen per lezer maar ook per boek.

Fortuyn en Liefde is slow-literature. Doorheen dit boek moet een mens slenteren, flaneren, step-stappen. Ge moet window-sjoppend langs de pagina’s gaan. Bij de ene etalaazje al wat langer stilstaand dan bij de andere. Dit is nu eens boek waar je weken, ja maanden zelfs, over zou moeten doen. Maarja. Zoveel tijd heeft de recensent verdomme natuurlijk helemaal niet. En dus moet hij de lektuur die het boek afdwingt lompweg negeren. En dan.

Dan vermoeit Anker me na een wijle enigszins. Korte kortverhalen, lange kortverhalen. Oude verhalen en nieuwe verhalen. (het verhaal Eindejaarsgeest dat begint op pagina 288 valt bijvoorbeeld terug te traseren tot Raster 74: “De Roman”, uit 1996). Verhalen waarin de zweer statig is en verhalen die snel en modieus zijn. Saje verhalen en bloedstollende verhalen. We flitsen langsheen lokasies, doorheen tijden, we flitsen in en uit breinen van hoofdpersonen die onderling verschillen als dag en nacht. En dan zwijg ik nog maar van de ontelbare figuranten die voorbijkomen. Zo ben ik best trots te zeggen dat mijn oom, de etser Charles Donker, in een verhaal zijn opwachting maakt (of in elk geval een etsje van hem). Maar ook danseres Isadora Duncan wordt genoemd, en dan met name het memorabele feit dat zij door haar eigen sjaal en een open Bugatti gewurgd werd. Welke scene ook al beschreven werd, inderdaad ja, door Charlotte Mutsaers in Rachels Rokje. En misschien meteen wel een goeje referensie: Anker als n mannelijke pendant van Charlotte Mutsaers. Hoewel daarbij ogenblikkelijk opgemerkt dient te worden dat Robert Anker kwa fantasierijkheid in Charlotte Mutsaers zijn meerdere moet erkennen. Want misschien is het juist de veelstemmigheid in kombinaasie met een bepaalde schroom daarin echt ver durven gaan (waarom bijvoorbeeld niet een echte strip?) die mij uiteindelijk zo vermoeide.

Maar dat alles is natuurlijk de schuld van mijn veels te hoge leestempo. Darom zeg ik. Koop dit boek vooral. En lees het. Maar lees het traag. Lees het in de tobbe, lees het in de sponde. Lees het op het privaat. Lees het tuis, en lees het uit. En aangezien het alweder bijna zover is: neem dit boek vooral mee naar uw vakansieadres. En weder tuis: leg het op uw nachtkast. Neem uw tijd. Doe er maanden over, een jaar voor mijn part. Lees zo nu en dan een verhaal, lees de volgende keer meerdere verhalen. Dan raakt de rijkdom van Ankers talent niet uitgeput. Dan verbaast het u elke keer opnieuw weer geheel ergens anders te zijn dan waar ge de vorige keer waart. Zolang de lezer niet blazee raakt heeft hij aan Fortuyn en Liefde een onuitputtelijke schatkist. En daarmee geeft Robert Anker ons almeteens een (allicht onbedoelde) wijze levensles.

tim donker