elvis peeters, wie kentum niet. (en natuurlijk zwarte piet). een spontaan onderzoek: steek uw hand op als de naam elvis peeters u iets zegt. en zie: een klauwenzee. deinend. golvend. als wuivend graan. hou uw hand omhoog als u ook daadwerkelijk es een boek van elvis peeters gelezen hebt. en zie, dur steekt er bijna geen een meer zun hand nog omhoog. dat heb je met zommige zchrijvers. dat je nooit meer van ze gelezen hebt dan alleen hun naam.
naja. IETS meer dan alleen zun naam heb ik dan wel van elvis peeters gelezen hoor. dur stond ooit een kortverhaal van hem in een of andere bundel. jonge sla zo heette die bundel. uitgeverij kritak. dur stonden allerlei schrijvers in die bundel.marianne van kerkhoven stond er in, en johan de boose. en nog meer lui, en elvis peeters dus ook. ik vond dat kortverhaal van hem nogal tegenvallen eigenlijk. sterker nog: ik vond die hele fucking bundel nogal tegenvallen. alleen de verhalen van marianne van kerkhoven en johan de boose niet. en alleen van die schrijvers heb ik nog naar ander werk gezocht. van elvis peeters had ik lange tijd niets anders gelezen dan dat kortverhaal (de titel was geloof ik Vogels maar misschien was het een ander dier).
ik kwam nog danig in de verleiding om meer van hem te gaan lezen toen ik een paar nummers hoorde van bijt!bijt! bijt!, een seedee van de band van elvis peeters. die band heet de legende. ik vond die nummers wel mooi, en ik peinsde eraan om de schrijver elvis peeters een twede kans te gunnen. ruimhartig als ik ben. ik nam het me zelfs VOOR. maarja, hoe gaat dat. net geen boeken van elvis peeters voorhanden. en ook bij de groenteboer niet, of bij de albert heijn. en dan vergeet je t weer naar verloop van tijd.
maar nu is er Wij. de roman die je gelezen moet hebben (dat doet me denken aan die opsomming van verschillende soorten boeken die italo calvino maakt in als op een winternacht een reiziger). het schreeuwt je al van de kaft toe. Wij. in bloedende bloedletters. dur zit ook zoon pmrc-stickertje op. “WAARSCHUWING EXPLICIETE ROMAN” staat op dat stickertje. ik ga eerlijk met u zijn, goede lezer. met zulke stunts heb ik eigenlijk al gegeten en gedronken. wanneer een roman op zoon overduidelijke, enigszins drammerige manier ‘vermarkt’ moet worden als rauw of heftig of heavy of shockerend. dattut spreken moet, en zeggen moet Kijk mtv-jeugd! lezen hoeft niet saai te zijn! het kan ook best kei vet zijn hoor, net als een rap-album!
de romans die ik echt schokkend heb gevonden (eden eden eden van pierre guyotat, of de 120 dagen van sodom van d.a.f. de sade – en ik vond zelfs mieke maaikes obscene jeugd bij vlagen best schokkend) waren nooit echt bezig met schokkend te zijn; ze WAREN het gewoon.
enfin, te peinzen valt dat elvis peeters die stunt met dat stickertje niet bedacht heeft. das vast een of andere sufbubbel op de godvergeten promo-afdeling van zijn uitgeverij geweest ofzo, en het zou jammer zijn als die sufbubbel het voor peeters verpest. dus. gun ik. elvis peeters. nog een kans. zun derde nu al.
en ik lees. tgaat over die pubers weet je. mannetjespubers en wijfjespubers. en die vervelen zich. ongehoord, pubers die zich vervelen. om de verveling te verdrijven, komen de pubers op de proppen met een heus plan. ze gaan naar een viadukt overheen ergens een autoweg. snelverkeer terug van het werk, snelverkeer naar vakansie, snelverkeer naar het feesje van tante mien wie weet. de meisjes plaatsen zich met hun kruis tussen de spijlen van het viadukt, en lichten dan hun rokjes op. onder hun rokjes zijn ze naakt (theo maassen zei het al: Helemaal naakt onder hun kleren!). het is de bedoeling om hiermee het verkeer te ontregelen en na een wat moeizame start lukt dat ook, want:
Vier jonge kutten. Wie wil dat niet zien?
en:
Hoe mooi kan het leven zijn, vier pas ontloken, gewassen kutten, zomaar, vrij, onverwacht, voor niets, ongebonden, vier, waaronder die ene – (…)
de momenten van onoplettendheid, waarop zo vurig gehoopt door de jonge snaken, blijven niet uit. er onstaat een kettingbotsing. resultaat: drie lichtgewonden, drie zwaargewonden, een dode. de dode is een moeder van vierendertig, twee van de zwaargewonden zijn haar beide kinderen die ernstig verbrand zijn. dat is wat de pubers over het ongeluk in de krant lezen. dat hun slachtoffers personen worden, met gezinnen, levens, kinderen, maakt niet dat de pubers spijt krijgen van hun daad. integendeel:
Het was grappig te beseffen hoe wij in het leven van die mensen hadden ingegrepen. Ze waren allemaal op weg naar een vakantieplek geweest. Dat was onder het viaduct dat wij hadden gekozen tot een abrupt einde gekomen. Een veertigjarige bedrijfsvoerder met zijn vijftien jaar jongere minnares. Een dode bankbediende en een boekhouder met twee verbrande kinderen. Hoe vier onbeschaamde kutten die levens een andere wending wisten te geven. Zou de bedrijfsleider met zijn verlamde arm en gescheurde long, verbrijzelde borstkas zijn minnares kwijtspelen? Hoe moet de boekhouder een nieuwe moeder zoeken voor zijn verminkte kinderen? Zet de familie met de caravan haar reis verder met een vervangauto of verandert ze haar vakantieplannen? We riepen al deze vragen op om er ons vrolijk over te maken. Maar al snel ging het vervelen.
en dus wordt er naar andere vormen van vermaak gezocht. je verkracht eens een kat bijvoorbeeld, of je prostitueert wat meisjes, of je jaagt een van je vriendinnen de dood in. wat ook kan: je voert een meisje stomdronken, scheert al haar schaamhaar af en krast met een scheermesje het woord hoer in haar schaamheuvel en je bevuilt de wond vervolgens zodat het slecht zal helen en het woord nog heel lang zichtbaar blijft. zulke dingen. wie deed dat niet toeni jong was?
de problematiek van de lethargie, de verveling en hoe die te verdrijven met te zoeken naar steeds waanzinniger kicks is verre van nieuw. een programma als jackass dankte daar haar grote populariteit aan en bijkans heel de generatie nix-literatuur kon bestaan omdat schrijvers de verveling nu eens als uitgangspunt wilden nemen, en niet de aksie. met als pregnantste voorbeeld wat mij betreft het uur van lood van rob van erkelens. die er overigens geen shockbook voor van node had om de zelfde lading te dekken als peeters hier doet.

©Stephan Vanfleteren
maar jackass en generatie nix zijn nog vrij recente voorbeelden van een eeuwenoud probleem. verveling is zo oud als de mens. je hoeft echt niet heel krankzinnig te zijn om aan te voeren dat het thema bij don quichotte al op de achtergrond meespeelde. zo bekeken, behoeft Wij evenmin een ‘waarschuwing expliciete roman’-sticker als, pak m beet, eline vere.
maar het shock-effect zit m wellicht in de kontinue onaangedaanheid van de pubers. als zij voor het eerst van hun leven iemand doden, drie mensen zwaar en drie mensen licht verwonden, doet hun dat helemaal niets. de onverschilligheid is een instant-onverschilligheid die er vanaf de eerste daad is; geen onverschilligheid die groeit met de hoeveelheid kloterij die uitgehaald wordt. dan zou het nog te begrijpen zijn: immers weeral het zoveelste dat ze voor de honderdste keer zien.
deze gevoelloosheid kan wellicht worden verklaard uit de manier waarop peeters de pubers tegenover de wereld poziesjoneerd: in een (misschien wel iets te) overduidelijke wij/zij-tegenstelling (hence ook de titel). “wij”, de pubers, dat zijn: de machtigen, de levenden, de wijzen, de bruisenden, de goeden, de mojen, de jongen. “zij”, de volwassenen, dat zijn: de sneuen, de sajen, de dommen, de versuften, de klootlozen, de lelijken, de ouden. de pubers lijken heilig te geloven in de ‘eeuwig jong’-doctrine; alsof volwassen worden een keuze is. en wie die keuze maakt (om volwassen te worden), kiest per defenisie voor een zompig, kil, burgerlijk en seksloos leven. het is onmogelijk dat volwassenen nog echte liefde voelen. het is onmogelijk dat volwassenen nog lust kennen, tenzij perverse lust die natuurlijk gericht is op ‘vier jonge kutten’ en nooit op de vertrouwde kut van hun eigen wijf. dit maakt de pubers niet shockerend, wel embetant. en een tikje ongeloofwaardig.
de wijsneuzerigheid en de onverschilligheid der pubers gaat na een wijle enigszins irriteren. hoewel het lijkt alsof peeters’ schrijverschap tekort gedaan wordt als Wij op grond van die twee punten afgeserveerd wordt, want dit boek heeft zeker meer te bieden dan de hogergeschetste inhoud alleen. peeters is een sterk stillist. voor hem pleit het wisselen van perspectief bijvoorbeeld. wij wordt doorsneden met ik, maar ook is wij niet iedere keer dezelfde wij, en ik niet steeds dezelfde ik. soms is ik een jongen die altijd maar moet herhalen dat hij zoveel gelezen heeft en dat hij sartre en nussbaum en heidegger kent. andere keren is ik een meisje. de schrijver heeft ook de aanhalingstekens bij de direkte rede afgeschaft, zodat de nonchalance benadrukt wordt. ten laatste heeft hij een zeer poëtiese blik. neem deze scene:
We rijden weg van de stad, Niet naar de schuur, niet naar huis. We hebben geen plannen. De zon is niet gezakt. Het stof is niet gaan liggen. De tijd is niet gevorderd. Toch is dit niet het ene langgerekte oneindige ogenblik waarop twee meisjes op een scooter de eeuwigheid bestormen.
We rijden langs de spoorlijn, slaan dan een weg tussen de velden in, hier en daar een bosje hakhout, lapjes braakland waarop hoogspanningsmasten staan. De draden hangen droefgeestig in de hitte. Elektriciteit op weg naar diepvriezers, droogtrommels, koffiezetapparaen, computers, televisietoestellen, muziekinstallaties, lampen, boormachines, grasmaaiers, gehaktmolens, onzin. De verlatenheid tussen de velden. De gewassen staan stil. De boeren kijken niet toe. Dodelijk kalm, alles.
ik weet niet hoe het met jou zit, maar ik vind dit bloedmooi proza. en schoonheid van deze aard doorzindert dit godganselijke boek. maar toch: keer na keer ligt de irritaasie om de hoofdfiguren op de loer. direkt na deze scene moedigen de twee meisjes een zelfmoordenaar aan van een hoogspanningsmast te springen. als hij springt, terwijl hij valt, schelden ze hem uit. opdat het laatste dat hij zal horen hoon, spot, gescheld is. opdat de smerigheid, de vuiligheid, de rottigheid van de hele wereld hem tot in de dood zal achtervolgen. en als hij dan valt, en een put slaat, lachen de meisjes. weer die onmenselijkheid, weer die ongeloofwaardigheid: alsof niet iedereen – zelfs de doodverveeldste, gevoelsarmste puber – even zou schrikken, even van slag zou zijn, eventjes maar. al is het maar heel even.
het is alsof je naar een visueel erg moje slashermovie zit te kijken (als zoiets bestaat – probeer t je niettemin in te denken). prachtige beelden steeds. maar –zucht- dan moet er weer geslashed worden. geen slashermovie zonder slashing immers.
ik weet ook niet wat elvis peeters (samen met zijn schrijfkompaan nicole van bael) nu eigenlijk wil met dit boek. wil hij een tijdsbeeld schetsen? wil hij als een kurt cobain (god betere het) een voice van een generation zijn? wil hij alleen maar schockeren? ik weet het niet. en dat gaat door tot op het moment dat ik het ook niet meer wil weten. omdat het kompleet onmogelijk is om je in de hoofdfiguren in te leven (of zelfs maar enige sympathie voor ze te koesteren), is de mogelijkheid om de roman “mee uit te drukken” zoals barthes dat noemt afgesneden. nu waren de hoofdfiguren in guyotats eden eden eden ook verre van sympahtiek of begrijpelijk. maar die roman schetste op zoon indringende wijze een geheel ontmenselijkte wereld dat het je naar de keel greep. peeters’pubers zijn echt wel een maatje te klein om dat effekt te bewerkstelligen en dus gaat het je na verloop van tijd allemaal langs je koude kleren afglijden.
elvis peeters kan heel erg mooi schrijven. maar Wij is geen mooi boek. ook niet echt shockerend, of pijnlijk. uitiendelijk is het in diepste wezen alleen maar een vervelend boek. het is als die cineast die zulke moje plaatjes kan schieten maar allenig maar goedkope hollywoodfilms maakt. het is als een virtuoos muzikant die alleen maar op feesten en partijen wil spelen. het is als een begenadigd schilder die alleen maar huilende zigeunerjongetjes schildert. je ziet het talent. maar je voelt het niet.