• Artiest: Claw Boys Claw
  • Titel: Pajama day
  • Label: [PIAS]
  • Datum bespreking: 11 februar 2008

Geweldige kutplaat


Meer dan zeventig liedjes zou Te Bos samen met gitarist John Cameron hebben geschreven sinds Claw boys claw in 2000 stopte met toeren. Je zou toch denken dat je uit zon bak materiaal wel een aardige cd moet kunnen distilleren. Die zeventig liedjes zijn in ieder geval niet het soort informatie dat de verwachtingen van deze recensent tempert. Het viel me dan ook nogal tegen dat ik een van de dertien nummers op Pajama Day als minder goed beoordeelde en slechts een handjevol liedjes tot het beste dat de band ooit opnam rekende. Dat handje zal ik hier bij wijze van recensie eens leegschudden.

Lees hier ook het interview dat de Recensent al in 2002 met Te Bos had over deze plaat.

Opener 'I am sea' is in twee woorden en om met Eva de Roovere te spreken fantastig toch. Zie daar een groezelig lofi pianootje, een blikkerig waitsiaans gitaartje, een basloopje dat de luisteraar hobbelend door het liedje trekt en een even onbedaarlijke als onweerstaanbare tekst: "And I am/Im wasting waves/because I am sea," wat kan ik er meer over zeggen? Nou, bijvoorbeeld dat die verdraaide Claw boys er na precies drie (3) minuten en negentien (19) seconden al de brui aan geven. De pijp aan maarten, bij elke draaibeurt is het na een kleine drieneenhalve minuut weer raak. Schande!

Claw Boys Claw - Pajama day

Nee, dan hebben ze het met 'Sleepwalking' (4.50) beter bekeken. De opbouw van dit liedje is subliem. De intro is van een bedrieglijke eenvoud. Na ruim een minuut ontvouwt zich de ware aard van deze song in de gedaante van een onnavolgbaar refrein dat een gemeen hakkelende gitaarhook combineert met een zoet sombrerogitaartje. Noem het geweldig, noem het grandioos, zoek het ergens in die richting. Een minuut later vallen de instrumenten plotseling stil. Alweer wordt er met mn voeten gespeeld, want voordat ik mijn koptelefoonkabel kan controleren op loshangende aders, duikt kapitein Haak met zijn Mexicaanse randhoed alweer bovenop me. Als dit de couchrock is waar Te Bos zes jaar geleden op doelde, laat mij dan alstublieft stante pede veranderen in een aardappel.

'Julies name' is de volgende briljant die uit mijn langzaam ontspannende hand komt vallen. Dit is een laidback liedje waarin eens te meer het belang van John Cameron voor de band duidelijk wordt. Het is Cameron die de toch al sterke (door hem gecomponeerde) songs naar ongekende hoogten tilt met zijn hypnotiserende slaggitaar en juiste licks op het juiste moment op de juiste plaats (hoor meneer in de luwte eens als een volleerd Reeves Gabrels scheuren).
'Julies name' is een liedje zonder expliciet refrein. Er zijn vier coupletten waarvan er twee meerstemmig zijn en als een te zacht ingezet achtergrondkoortje klinken waarbij men vergeten is de schuif van de microfoon van Te Bos open te zetten. Hij zet dan bij het volgende couplet met zijn monotoon zoemende bariton in, wat een onverwacht mooie wisselwerking geeft.

Claw Boys Claw

Dat waren drie superliedjes, en mijn hand is inmiddels leeggeschud. Pajama day bevat verder louter prima liedjes en een cover, waarover ik niets kwijt wil. Voor negen prima liedjes, drie superliedjes en een cover doe ik het niet. Uit zeventig liedjes in zeven jaar had de oogst toch minimaal acht om drie moeten zijn. Claw boys claw kan die lovende recensie over Pajama day wel op haar buik schrijven.

Ketchup for Curry

ps: Pajama Day is een fenomeen dat in de Verenigde Staten sinds enige jaren in zwang is en waarbij personeel en studenten in pyjama naar hun werk of school gaan. Het idee erachter is dat mensen eens losgeschud worden uit vertrouwde patronen en hun omgeving met andere ogen bezien. Leuk initiatief, heel erg Claw boys claw ook. In de promobrief bij deze cd spoort Peter te Bos de luisteraar echter aan om lekker een dagje te gaan hangen op de bank. Dat klinkt toch verdacht veel als een ouderwetse Nederlandse pyjamadag. Daar is niets op tegen, maar vanwaar die plotselinge ommezwaai?

ps2: de opnamekwaliteit van de cd is heel matig: vlakke stemmen, kille hoge tonen, overgemoduleerde instrumenten en een te laag mastervolume (wat vooral onhandig kan zijn op mobiele apparatuur). Toegegeven, liever een goed liedje in slechte geluidskwaliteit dan vice versa, maar toch doet me dit verdriet.

Lees hier ook het interview dat de Recensent al in 2002 met Te Bos had over deze plaat.