• Titel: Sunshine
  • Regie: Danny Boyle
  • Met: Cillian Murphy, Chris Evans, Michelle Yeoh
  • Datum bespreking: 24 april 2007

Donkere ruimteperikelen


Serieuze sciencefiction. Het is in Hollywood al tijden een ondergeschoven kindje. Inhoudelijk lege spektakelstukken als de laatste Star Wars trilogie en op CGI drijvende superheldenepossen vormen de hoofdmoot van het genreaanbod uit de filmhoofdstad van Amerika. Toch gloort er voor de liefhebber af en toe hoop aan de horizon. Zo was er vorig jaar Children of Men, dat een grimmig en realistisch toekomstbeeld schetste, zonder zich te verliezen in overdadige explosies of platte verhaallijntjes. Voor films die spelen in de ruimte en de diepte van het gemiddelde kikkerbadje overstijgen, moeten we verder terugkijken. Steven Soderbergh’s remake van het Russische Solaris, uit 2002 alweer, lijkt dan de meest recente kandidaat. Elementen van die film, maar ook van andere genreklassiekers als 2001: A Space Odyssey en Alien, komen voorbij in het Sunshine van de Britse regisseur Danny Boyle (bekend van uiteenlopende films als Millions, 28 days later en A life less ordinary).

Sunshine

Sunshine opent sterk en plaatst de kijker meteen midden in het langzaam ontwikkelende verhaal. De Icarus II (inderdaad, er was natuurlijk ook een nummer I) is dan namelijk al een tijdje op weg naar de uitdovende zon om die met een bom te reanimeren. Ondanks dit Bruckheimeresque uitgangspunt, kiest Boyle hier gelukkig niet voor de weg van de minste weerstand. Sunshine begint rustig en neemt tijd om de personages (een internationale collectie van wetenschappers en specialisten) aan ons voor te stellen. Door deze aanpak sijpelt het claustrofobische sfeertje aan boord van het ruimteschip bijna ongemerkt het hoofd van de kijker binnen.

Bijzonder is verder dat Sunshine – althans in het begin – z’n wetenschap serieus neemt. Natuurlijk is het idee dat een relatief kleine bom de zon in lichtkracht kan doen toenemen nogal gek (hoe overleeft de bom de reis naar het binnenste van de ster, bijvoorbeeld), maar de overige details zijn keurig in orde. Hier geen makkelijke oplossingen, maar onzekerheid. Zo heeft de fysicus (gespeeld door de ook hier weer uitstekende Cillian Murphy) bijvoorbeeld geen model dat kan voorspellen of de bom wel op de goede plek aan gaat komen. Ook verfrissend is het gebrek aan deus ex machina-achtige oplossingen vol betekenisloze technobabble. In plaats daarvan legt Sunshine de nadruk op realisme en toont de film de kwetsbaarheid van de mens in de ruimte. Dat daarbij en passant ook nog een aantal interessante filosofische en morele kwesties aangestipt worden, komt de rijkdom alleen maar ten goede.

Cillian Murphy in Sunshine

Ondanks de sterke opening – die ervoor zorgt dat Sunshine in de eerste helft hard op weg is de oude genreklassiekers te evenaren of zelfs overtreffen – gooit een verhaaltechnische kronkel halverwege de film roet in het eten. Dat deze ommezwaai te maken heeft met de ontdekking van de Icarus I laat zich raden, maar het vervolg is minder voorspelbaar en zorgt ervoor dat de film niet alleen in toon, maar zelfs in genre omklapt. Bovendien schakelt de film over naar de volgende versnelling waardoor de filosofische vragen uit de eerste helft weinig tot geen ademruimte meer krijgen.

Tot dan toe was Sunshine met alleen interne plotelementen al een zenuwslopend spannende film die moeiteloos wist te boeien, waardoor deze stijlswitch zonder meer als overbodig bestempeld mag worden. De kijker die dit alles echter accepteert voor wat het is, zal zich zeker niet vervelen. Het ietwat bevreemdende, verwarrend gefilmde, maar sterke slot en een prachtig laatste shot zorgen er namelijk voor dat Sunshine ondanks alles bijna net zo sterk eindigt als het begon. Jammer alleen dat het de status van een klassieker als 2001: A Space Odyssey nooit meer zal bereiken.

George van Hal