• Auteur: Peter WJ Brouwer
  • Titel: Landdieren
  • Uitgever: P (Leuven)
  • ISBN: 978-90-79433-70-4
  • -
  • -
  • -
  • Het Woordenrijk: dinsdag 21:00-22:00
  • Stadsradio Den Haag FM (92.0 FM)
  • Terugluisteren via: denhaagfm.com
  • Datum bespreking: 19 marts 2013

Het Woordenrijk


dhfm

Het Woordenrijk is een wekelijks radioprogramma over poëzie bij denhaagfm.com (dinsdag 21:00-22:00). Het programma is een productie van het Haags dichtersgilde en wordt gepresenteerd door Harry Zevenbergen. Elke twee weken leest deRecensent een poëzierecensie voor.

Een vlieg in de auto

(uitgesproken in Het Woordenrijk 19-03-2013)

Een paar weken geleden kreeg ik spontaan de bundel Landdieren, het debuut van Peter WJ Brouwer toegestuurd, met de vraag of ik hem wilde recenseren. Soms zit je na een dergelijk verzoek met zo’n bundel in je maag. Je hebt beloofd er iets over te schrijven maar kan met de beste wil van de wereld niet verzinnen wat. Soms ook levert het leuke ontdekkingen op. Landdieren is er zo een. Het is een bundel die in 2011 verscheen bij Uitgeverij P maar die mij was ontgaan.

Peter WJ Brouwer

Peter WJ Brouwer publiceerde eerder in o.a. de Poëziekrant, Het Liegend Konijn, Meander en Tzum. Een rondje Google leert verder dat de bundel her en der wel degelijk is besproken - maar toen keek ik kennelijk net even de andere kant op. Dat is jammer, voor mij althans, want er staat een aantal sterke gedichten in. Als geheel is Landdieren volgens mij, zoals zoveel debuten, een beetje wisselvallig.

Brouwer is onmiskenbaar een melancholische dichter, op het zwaarmoedige af. Hij spreekt een verloren liefde aan, betreurt een voorbije tijd, droomt van overleden grootouders en ontleent zijn beelden veelal aan de natuur. In het eerste gedicht lezen we: ‘Geen vogel met jou te mogen zijn/ maar zwaar, zo zwaar aan de grond/ zullen we landdieren zijn gebleken,/ stram en schuw in onze huizen’. Een gedicht als ‘Regen en jasmijnen’ lijkt licht en lief, maar is bij nader inzien bepaald duister:

[…]

Toen noodweer je kreten smoorde,
de regen stroomde in de diepe tuin
en er duisternis was over de zegeningen,
verworvenheden en
wat jij al niet liefhad.

Dat je thuis kwam
en het bij het gerucht bleef.

Dat alleen de bloemen uitkwamen

Maar de lente ieder volgend jaar
vrolijk over je heen tuimelt.

Je meisjeswangen bescheiden blossen,
moeders vazen nieuwe bloesems brengt.

Dat zo
geluidloos de geur van jasmijnen.

Beluister deze recensie hier

Die regels over de lente en de meisjeswangen vind ik sterk. Jammer is dat de dichter vaak weinig concreet is in zijn beschrijvingen, veel is onbepaald. Zoals dus bijvoorbeeld het gerucht in het fragment dat ik zojuist voorlas. Of neem regels als ‘Toen het licht uiteen viel,/ het uur in de straat verstreek// de wortels van een boom bleven knagen aan de tegels.’ Dat zijn erg grote gebaren, die me het zicht op het gedicht een beetje benemen. Wat wordt er gezegd als iemand zegt dat de geur van jasmijnen geluidloos is? Volgens mij niet zoveel.

In de wat minder hoogdravende gedichten overtuigt Brouwer veel meer. Het lange gedicht ‘Zijn handen’ vind ik bijvoorbeeld mooi, vanwege de heldere beelden en de eenvoudige, directe verwoording.

Op een vreemde heuvel, zeg
in Toscane, waar de zon achter glas
nog hun gezichten bruint

scheert een vlieg door de avond
de auto in en strijkt neer op haar been.

Zij kijkt en ziet dat haar handen,
lang en naast elkaar gelegen,
de handen van haar vader zijn.

Wat doen de rimpels van
vader zo lang van huis al
hier in haar schoot,
dit vreemde land, dit late licht?

[…]

Brouwer

Dat is nu zo‘n beeld waarvan ik nu al weet dat ik er vaak aan terug zal denken. Bijvoorbeeld als ik in een auto in, zeg, Toscane zit. (Al begrijp ik dus eigenlijk niet goed waarom Brouwer met het woordje ‘zeg’ wil benadrukken dat het beschreven tafereel fictie is. De overweging naar aanleiding van de vlieg en de handen die volgt is in ieder geval niet fictief.)

Brouwer heeft wel meer van dat soort sterke, veelzeggende beelden - maar eigenlijk te weinig, gezien de dikte van de bundel. Hopelijk attendeert iemand me erop als Brouwers tweede bundel verschijnt want ik ben wel benieuwd hoe hij zich verder ontwikkelt.

Edwin Fagel