• Evenement: Crossing Border
  • Editie: 19e
  • Data: 16-20/11/2011
  • Lokatie: Den Haag, Antwerpen
  • Datum bespreking: 21 november 2011

Grappen met baarden
en huilen met wolven;
een echt gebeurd verhaal


Grenzen tussen muziek en literatuur overschrijden is er dit jaar niet veel bij op Crossing Border. Of het moet de muziek zijn die speelt als voormalig gitarist Nyk de Vries zijn prozagedichten voordraagt. Ook Anne Vegter heeft muziek opstaan tijdens het voorlezen van haar gedichten. En schrijfster Eva Meijer zingt een liedje waarna muzikante Eva Meijer een verhaal leest tijdens het Jagers-optreden. Of schrijvers Jennifer Egan en John Schoorl met hun boeken over rock ’n roll en Bernlef en Campert met hun jazz-boek. Maar grote grensoverschrijders of unieke muziek-literaire samenwerkingen blijven uit. Terwijl het programma van het aankomende Wintertuinen-festival (Nijmegen) beloofd dat het wel mogelijk is (zij het op kleinere schaal dan we van Crossing Border gewend zijn). Op de zaterdagavond van het Haagse festival gaan enkele muzikanten wel de grens over naar de stand-up comedy, alhoewel dat niet altijd goed uitpakt.

Hier vind je alle Crossing Border 2011 verslagen.

Ritchy Young van Loch Lomond houdt bij hoog en laag vol dat hij kan zingen, en hij heeft gelijk, zodra het de hoogte in gaat wordt het fragiel en bij de lagere stukken daalt hij tot Tindersticks-achtige diepten. Samen met een pianiste met knot en een klokkenspeler met … euhm, een klokkenspel maken ze rustieke folk met af en toe enorme uithalen. De songs willen niet echt beklijven, alhoewel de teksten er wel inhakken, getuige ‘A Field report’: ‘Sounds of children makes my eyes bleed, Teeter, totters and daughters, are things I’ll never have’. Na enkele songs bekent Young dat hij zenuwachtig is en dat alleen een grap dan helpt: ‘Two whales walk into a bar, one says: oooooooowooooohoooo, then the other one says: did you fucking waiste it?’ Young krijgt meer bijval voor zijn imitatie van een walvis, dan voor zijn punchline.

William Fitzsimmons

Na twee liedjes zegt William Fitzsimmons: ‘This was my last song’. Gelach in de zaal. ‘That would really be an asshole thing to do. But I like to make jokes inbetween my depressing songs.’ Met zijn eerste twee songs had hij al de toon gezet, maar de serene sfeer in de Duitse kerk wordt doorbroken en maakt plaats voor een ontspannen aandachtige sfeer. Ed Sheeran maakt achterin de zaal aantekeningen. Fitzsimmons vervolgt met wonderschone liedjes, zoals het lieve ‘Beautiful Girl’. De kerk raakt in vervoering. Als hij zijn laatste song ‘Goodmorning,’ onversterkt midden in de kerk zingt, noteert Ed Sheeran zijn laatste aantekening en rent hij naar het Toneelgebouw, waar hij het voordeel heeft dat hij niet in de rij hoeft te staan voor het optreden van zichzelf.

‘Wie is die man met die baard?,’ vragen mensen in de bar van het Toneelgebouw zich af. ‘Is het Jonathan Wilson?’ ‘Nee, te korte baard.’ De man in de hoek van de ruimte heeft twee dames bij zich. Hoe langer de baard, hoe groter de kans dat het geen betalende bezoeker, maar een artiest is. ‘Die zanger van New Villagers?’ ‘Nee, nog steeds te kort.’ De man lacht en drinkt, heeft duidelijk teveel lol voor een depri-neofolkgast. Boven hem hangt een foto van een acteur die normaal gesproken in dit gebouw speelt. Stefan de Walle kijkt ons streng toe met een nog niet zo lange en niet zo witte baard. ‘James Vincent McMorrow?’ ‘Nee, die heeft zich geschoren voor Crossing Border, nergens voor nodig natuurlijk.’ ‘William Fitzsimmons dan, want die is ook kaal.’ ‘Bijna, het is Seasick Steve.’ ‘Nee man, dat kan niet, die staat niet eens op het programma, dat was drie jaar geleden. Je weet toch, dit festival zet trends en loopt niet achter hypes aan.’ ‘Weet je het zeker? Ik zou toch zweren dat het een echte bluesbaard is.’
Het Crossing Bord-spel Raad-de-Baard, komt in 2012 op de markt t. g. v. de twintigste editie van het festival.

Ed Sheeran is al groot in Engeland en dat overstijgt de alternatieve scene. Volgens de verhalen is zijn muziek een kruising tussen singer-songwriterstijl, James Blake, rap en Damien Rice. Zijn album valt echter tegen na deze beschrijving, hij blijkt teveel James Blunt en te weinig James Blake. Met het voordeel van de twijfel onder mijn arm stond ik toch in de zaal (maar dicht bij de deur vanwege de snelle vluchtroute) toen Sheeran het podium op kwam rennen. ‘Give me love’ is zijn opener en dankzij het zeer vakkundige, maar wel losse gebruik van een loop pedal en vooral dankzij zijn gedreven spel, laat ik de twijfel direct vallen. Ik ben niet de enige, de deurhangers schuiven naar voren, geen vluchtroute meer nodig. Dan denkt Sheeran aan Fitzsimmons en maakt hij een (fout geplaatste) grap over Amsterdam, waarop hij de, binnen één song, opgebouwde credits meteen weer verliest. ‘Isn’t The Hague part of Amsterdam? O, I’m sorry.’ Hij redt zich er niet meer uit door te vertellen dat hij thuis ook wel eens de stand-up comedian uithangt. Er zit niets anders op dan weer muziek te maken. En dat doet hij goed, ook zonder loop-pedal overtuigt hij met een soulvolle stem en gedreven gitaarspel. Een tweede hoogtepunt is toch weer als hij een song langzaam opbouwt met loops (hij human beatboxt, zingt koortjes en speelt gitaar, waarna hij de melodie eroverheen zingt). Hij doet het prachtig met zijn eigen ‘You don’t need me’ en met de folk-traditional ‘Wayfaring Stranger’. Tot slot kan hij een tweede Fitzsimmons-aantekening afvinken als hij het publiek vraagt nog dichter bij te komen, hij zijn gitaar uitplugt en voorbij zijn microfoon stapt en aan de rand van het podium onversterkt zijn huidige hit ‘A-Team’ doet. Zie ook de youtube van dit nummer. Sheeran is een overtuigend podiumartiest en staat volgend jaar op Pinkpop, dan weet Smeets dat vast.

Wye Oak presteert het tegenovergestelde van Sheeran: geweldige plaat (Civilian) maken en dan star en bij vlagen bombastisch optreden verzorgen waarin of de boel te hard afgesteld staat of de bandleden elkaar zat lijken te zijn. Jammer. John Schoorl daarentegen zet de naald erin, hangt een tennisracket om en ragt op Combat Rock van The Clash. Althans dat vertelt hij in de Union-zaal, hij doet het niet. Maar zijn beschrijving van jonge gasten die bevlogen raken van rock ’n roll is levendig genoeg, getuige zijn verhalen in zijn boek De dag dat ik naar de Arctic Monkeys ging. Jolie Holland mag vervolgens aanvangen met opvallend rommelige liedjes. En waarom speelt ze ineens contrabas? WTF? Gelukkig blijkt Jolie gewoon thuis in Texas te zitten vanavond. De dame op het podium heet Amy Lavere, heeft een mooie stem, maar klinkt als een overstuurde Holland.

The Low Anthem stond hier in 2009 ook (net als Laura Marling en St. Vincent). Toen maakten ze het beste album van het jaar (OMG, Charlie Darwin). Met hun nieuwe, net iets minder magistrale album (Smart Flesh) mogen ze terugkeren in de grote zaal van de Koninklijke. En het is wederom subliem. De band wisselt op onnavolgbare wijze tussen punkerige songs, verstilde folksongs en overtrokken jazz (vooral de drummer leeft zich uit!). En in al die genres (en op al die verschillende instrumenten) blinken ze uit. Tijdens het ontspannen optreden is zelfs ruimte voor publieksparticipatie en dan hebben we het niet over meezingen of klappen.

The Low Anthem met publieksparticipatie op Crossing Border.

Nee, als zanger Ben Knox Miller tijdens ‘This God Damn House’ zijn mobieltje oppakt en een tweede mobieltje belt en ze tegen elkaar in laat feedbacken, gaan in de zaal ook allerlei mobieltjes af en wordt de hoge ronde zaal een volière met telefoontjes die op hoge toon met elkaar tweeten. RT #lief. Als later in het concert de drummer een percussie-instrument erbij pakt, gemaakt van halflege medicijnpotjes, is dat helemaal niet gek. En als ze ‘All you hippies’ opdragen aan ‘our hero of poetic justice’ Ronald Reagan is dat gewoon ironisch. En als ze afsluiten met een samenzang voor een oude radiomicrofoon, is dat doodnormaal. En als na afloop van dit festivalhoogtepunt de zaal leegstroomt en er een meisje tegen de stroom in naar voren loopt en gaat zitten, is niemand verbaasd dat ze een muts draagt in de vorm van een wolvenkop. (De fotograaf van OOR heeft haar ook gezien, blijkt uit hun verslag.)

Als we Patrick Wolf in de grote zaal laten voor wat hij is, ben ik toch enigszins verbaasd om in de Duitse Kerk wederom een wolf aan te treffen in het eerste gedicht dat Anna Enquist voordraagt:

Tussen Oevers

Januari zegt voorwaarts, bij nacht, en de auto slist
over asfalt langs bochten als van een jonge rivier.

Naast je de lege stoel met het kind zonder rijbewijs,
ouder dan ze ooit was, ernstig profiel, dit uit ooghoek.

Kijk voor je, uitzicht op zwart, in de snelweg
een lus rond een oksel van raadsels; regen

Vangt trillend de lichten. Boomstammen glimmen
terzijde, ertussen het glanzend gebit van de wolf

Die gulzig alsem en honing van haar middenjaren
opgeschrokt, zonder te proeven, je zal haar rimpels

Nooit zien, je doet het zonder haar snuiven en zingen,
walging en zaligheid. Zonder. Je stuurt door de nacht,

Strekt je hand uit naar rechts en tast in vertrouwde,
in bittere leegte. Voorwaarts, het is januari.

Uit: Nieuws van nergens, 2010, Arbeiderspers

Ik heb Tonio van A. F. Th. Van der Heijden gemeden, lang geen gedichten van Anna Enquist gelezen. Maar vluchten kan niet meer, Enquist leest schijnbaar droog haar gedicht voor. En schakelt (schijnbaar) makkelijk over op gedichten over voetbal (‘Bronkhorst aan zee’, goede titel), schilderijen en klassieke muziek. Hoe kun je ‘Voorwaarts, het is januari’ dichten als het mij, zeker geen ervaringsdeskundige maar slechts vader en luisteraar, al moeite kost om naar de andere gedichten te luisteren. Om me weer open te stellen voor bijvoorbeeld de muziek van James Vincent McMorrow.

Als hij ‘Sparrow and the wolf’ inzet, blijven we zelfs nog in dezelfde sfeer hangen

Sparrow and wolf lay as still, as the blades of the grass
Like worn leather boots, of colour and size that would last
Caught them a lark in a trap, and each held a wing
Then they tore it apart, before that small bird could sing

De stem van McMorrow samen met die van zijn mandolinespeelster (beide wedijveren om de hoogste plek op de toonladder), de rustige opbouw van klein tot opzwepend. De muziek is het middel om voorwaarts te gaan. De enige methode die werkt. Vincent zingt een hogere ‘Higher love’ dan Winwood deed en kijkt naar de honderden toehoorders, waar de Ier een twintigtal bezoekers had verwacht. Hij kraait soulvol boven het geluid van de band uit, zijn mede-muzikanten laten een samenzang in de traditie van Crosby, Stills, Nash & Young horen, terwijl de gitaren en de drums aanzwellen. Alles werkt op het gemoed en het werkt omdat het moet.

Crossing Border in Den Haag lijkt aan zijn einde, maar niet voordat we een bezoek hebben gebracht aan het Theater aan het Spui, waar nog enkele nachtprogramma’s plaatsvinden. In de lobby lopen, zitten, kletsen en drinken allerlei bandleden, schrijvers en bezoekers gemoedelijk door elkaar heen terwijl op het podium The Achievers nog hun top notch-ding doen met oa. Elmore Leonard, James Worthy en Herman van Straten. In de grote zaal wordt nog een paar uur gedanst en in de kleine zaal gebeurt het echt. Echt, daar gebeurt het! Onder leiding van cabaretier Micha Wertheim vertellen gasten van het festival onder de noemer Echt Gebeurd een waar gebeurd verhaal. Uit het hoofd, over het thema ‘Beroemdheden, groupies’. Filmmaker en schrijver Sidney Volmmer vertelt over dat zijn droom uitkwam toen hij op de tweede dag in LA al de scenarioschrijver van zijn favo-serie Entourage zag zitten, op hem afstapte om zijn eigen script te overhandigen en toen koffie over zijn held heen gooide. Nyk de Vries vertelt over zijn begintijd in een bandje en de 50-jarige vrijgezelle man die fan van hun was. Zijn laconieke manier van vertellen werkt op de lachspieren. Radioman en schrijver Rik Zaal verklapt dat hij ooit vergeten was Pink Floyd van Schiphol te halen. Echt Gebeurd Tussendoor leest Wertheim op droogkomische wijze ‘beschamende ontmoetingen met bekende mensen’ voor die door de bezoekers op briefjes zijn geschreven. Spinvis, die de avond begon met zijn band, is nu als Erik de Jong solo terug. Hij vertelt over een interview voor een plaatselijke krant. De journaliste had hem gebeld voor een afspraak en eenmaal bij hem thuis stelde ze haar eerste vraag: ‘U bent nu dartskampioen van de regio geworden, hoe voelt dat?’ De zaal lacht, maar in het verhaal valt een stilte. Er bleek in de regio nog een andere Erik de Jong te wonen. De Jong heeft, op de presentator na, de meeste lachers op zijn hand. Maar bij het concept Echt Gebeurd (maandelijks in Toomler, Amsterdam) gaat het niet om het scoren, maar om het vertellen van verhalen. Het is een perfecte aanvulling op het Crossing Border festival en met zoveel nationale en internationale gasten in huis kan er volgend jaar best een avondvullend programma worden samengesteld, gewoon binnen de reguliere programmering.

De verhalen danste nog even door aan het Spui en tussen de Schouwburgen van Den Haag en Antwerpen. Terwijl de bezoekers vergeten welke acts ze door de te volle programmering dit jaar weer hebben gemist, enkel nagenieten, naluisteren en navertellen over de mooie indrukken verdwijnt het festival in de mist om volgend jaar weer overal op te duiken.

Ricco van Nierop

Hier vind je alle Crossing Border 2011 verslagen.