• Evenement: Walk the Line Festival
  • Editie: 1, 2010
  • Data: 14+15/05/10
  • Datum bespreking: 18 maj 2010

Walk the line 2010: Ontdekkingstocht


Den Haag is een festival rijker, een muziekfestival dat zich richt op nieuwe bands en artiesten. Veelal onbekende acts. Waardoor het publiek soms geen idee heeft waar het naar toe moet en waardoor het publiek vaak aangenaam verrast wordt en nieuwe ontdekkingen doet. de Recensent doet verslag middels de impressies van Edwin Fagel, de festivaloverdenkingen van Ricco van Nierop, de foto's van Edwin Bergeman en een handvol (of twee) nieuwe ontdekkingen.

Overdenkingen bij een nieuw festival

Twee festivalgangers overleggen op de Grote Markt in Den Haag. ´Gaan we naar de Zwarte Ruiter waar Esben & the Witch optreden, of naar het Paard waar The Courteneers en Timber Timbre spelen?’ ‘Geen idee, het zegt me allemaal niets.’ ‘We kunnen altijd nog naar de Supermarkt voor een portie Jaguar Love, of naar de kerk, daar zingt Zoey.’ ‘Wie?’ ‘Zoey van Goey.’ ‘O, Zoey van Goey…’

Walk the line heeft alles in huis om uit te groeien tot een belangrijk muziekfestival: een grote hoeveelheid interessante bands in allerlei genres en een vijftal prima locaties op loopafstand. Het publiek moet echter wel bereid zijn mee te groeien, zich aan te passen. De schema’s met dagprogramma’s vol onbekende bands zorgen voor moeilijkheden; wat te kiezen als je bijna niets kent. Nu is het publiek wel wat gewend van de organisator van Crossing Border en Music in my Head. Ook daar stonden/staan veel nieuwe namen, wat voor verrassende ontdekkingen kan zorgen. Die nieuwe acts stonden/staan echter altijd tussen bekendere (oude en nieuwe) namen.

Sjookees
Walk the line is bedoeld als showcase-festival, maar niet zo uitgebreid als het SXSW-festival in Texas of zo populair als het Groningse Noorderslag/Eurosonic. Toch mikt de organisatie ook weer niet op het underground-publiek (zoals het Tilburgse Incubate, dat tot voor kort SXSW heette…), want de acts mogen dan onbekend zijn, ze maken geen onbekende muziek. Genres in de alternatieve hoek als Britpop, alt.country, folkrock en elektro-dance zijn rijk vertegenwoordigd. Maar ook absoluut niet alternatieve soulband in opkomst als Mamas Gun staat hier. Walk the line is Music in my Head, Lowlands, London Calling, Crossing Border, Motel Mozaique en Eurosonic gecombineerd. Echter: zonder de bands die je al kent.

Beetje bekend
Qua bekendheid houdt het op na Blaudzun (beste NL-band van het moment?) en The Cribs. Of je moet goed ingevoerd zijn in nieuwe bands of een van de zes Haagse bands kennen (die eerder uitgewisseld werden met SXSW), wat voor het publiek dat uit de regio komt niet zo vreemd is met acts als The Deaf, Rebelle en John Dear Mowing Club. Daarnaast weten de teksten in het programmaboekje je nog via slimme relationele verwijzingen bij de acts te betrekken: zoon van (Paul Simon: Harper), ex-leden van (Bad Seeds: Dirtmusic), productie van (John Fruscianti: Warpaint) en zelfs babysitter van de kids van (Tom Waits: Jesca Hoop).

Dirtmusic gemixt met Tamikrest, foto Edwin Bergeman

Ruimte
Het programmaboekje kan dus het beste in de oud-papier bak – dat geeft ruimte voor verrassende ontdekkingen. Ruimte die ook geboden wordt door de organisatie. Ze vonden vier prima locaties rondom de Grote Markt die goed heen-en-weer beloopbaar waren (met dank aan het droge weer). Het, in Den Haag, bekende cafe De Zwarte Ruiter en het iets ruimere Supermarkt, de twee zalen van Het Paard en De Lutherse Kerk. Vooral de rustigere acts deden het goed in de intieme kerk. Aangezien het festival niet compleet uitverkocht was (zeker vrijdag niet), was het heel goed te doen om in en uit de verschillende zalen te lopen, zonder rijen of dichte deuren. Nog een extra reden om veel te ontdekken.

10 Ontdekkingen

10.Terug in de tijd dat gothic nog vooral een underground-muziek-genre was waren Esben & The Witch vast nog niet geboren. Ze spelen echter wel zonder enige kennis van Within Temtation of Evanescence, hebben Dr. Jeep van Sisters of Mercy geleend en slaan zich een weg door het café heen op hun holle drums. Een band die niet groot gaat worden, maar klein: ik voorzie een ouderwetse undergroundhype.
9. Folkduo The Dutchess & The Duke doet wat Angus & Julia Stone live niet voor elkaar krijgt: lievige folk brengen op een felle manier. Of het komt door de fles wijn die er tijdens het optreden doorheen gaat, is niet duidelijk. De slappe praatjes en het gegiechel is hopelijk wel dankzij de alcohol. Qua songmateriaal benaderen ze Angus & Julia nog niet, maar het optreden overtuigt.
8. The Courteneers is niet geheel onbekend, dat blijkt wel aan de fanschare in het publiek. Tot halverwege de set klinken ze als een slappe Britpopband, maar als de up-tempo songs toenemen (en daarmee het Kaiser Chief-gehalte), wordt er meer gedanst, en doet ondergetekende daaraan mee.
7. Peggy Sue: Cowpunk deel 1: vrolijke samenzang van twee dames (+ gitaren, xylofoon en accordeon) met veel bijval uit publiek. Iets interessanter klinkt Cowpunk, deel 2: Langhorne Slim, die tragische ballads afwisselt met snelle banjo-songs waarop gedanst wordt .
6. Heike has the Giggles brengt stevige, vrolijke punk voor een volle zaal. Zangeres Emanuela Drei zingt alsof ze een Frans zuchtmeisje is, terwijl de muziek meer klinkt als de bluespunk van de oude Gossip. Een aparte combi.
5. The Kissaway Trail: emorock, mijn eerste reactie is: bah. Maar afgaande op de twee behoorlijke goede albums van Kissaway Trail toch gaan kijken en zowaar aangenaam verrast door de zeer goed spelende mannen. De vele herhalingen in de teksten worden niet alleen heel mooi opgebouwd, maar ook prachtig samengezongen.
4. De Malinese afropopgroep Tamikrest staat op het kleine podium in café De Supermarkt: hol klinkende gitaren, mooie ritmes en onverstaanbare, maar prachtige zang. De drie Amerikaanse heren van Dirtmusic klimmen bij hen op het podium met een prettige mix als gevolg: de lang uitgesponnen songs met veel herhaling worden echter niet monotoon, maar een soort trips. Een ondertussen volgestroomde Supermarkt geniet van de Velvet Underground cover All Tomorrow’s party’s.
3. Louisa’s Daughter heeft een gitarist bij zich, maar maakt alleen met haar viool al genoeg geluid voor een hele band. Een voortreffelijke band met getokkel op de viool als ritme, gestrijk op haar viool als melodie en zang. Middels een reeks pedalen en een loop-machine weet ze elk gespeeld fragment tot een hele song uit te bouwen. Dit zou geen enkel effect hebben als Liesa Van de Aa geen mooie liedjes maakte. Dat doet ze wel deze avond.
2. Nadat Bonobo en Pretty Lights de benen al goed losgeschud hadden met dusdanige effectieve dansmuziek dat onze fotograaf enkel met bewogen foto’s terugkomt, is Mamas Gun aan de beurt. Je merkt aan alles dat dit een grote band gaat worden: de buzz is al weken aan de gang, via radiozenders en sites, hits liggen op de loer en terecht: Mamas Gun spettert met hun soul/funk van het podium af, zanger A.P. heeft een lekkere stem en de kleine zaal van het Paard slaat op hol.
1. Jesca Hoop zonder twijfel de meest indrukwekkende stem van Walk the line dit jaar. Ondanks haar vergelijkbare hoge stem, klinkt Jesca niet als de zoveelste Kate Bush/Tori Amos/Joanna Newsom. Muzikaal vist ze meer in de rustige folkvijver van Alela Diane. Jesca heeft echter een afwisselendere sound.

Bekende namen
Ondanks de bekende (achter)naam en de mooie liedjes, was het optreden van Harper Simon duf, inspiratieloos. Jammer. De Haagse acts The Deaf en John Dear Mowing Club gaven voortreffelijke shows, zoals we dat van ze gewend zijn. Afsluiter The Cribs mocht het festival in de grote zaal zaterdagavond afsluiten. Ondanks hun naam en faam (vanwege bandlid J. Marr), maken ze er een zooitje van. Op een buitenfestival, in de modder, met vier keer zoveel dronken Engelsen, doen The Cribs het prima, maar in een popzaal met goede akoestiek en een gemengd publiek (ook nuchtere muziekliefhebbers) blijft er een weird optreden over: zeer energiek, overschreeuwende zanger (laat die bassist toch zingen!), ragmuziek en dan ineens melancholiek en schijnbaar geëngageerd (maar de teksten blijven onverstaanbaar). Van de ‘headliners’ gaf Blaudzun zonder twijfel het beste optreden van dit festival: doorleefd, muzikaal perfect afgestemd op de kerkzaal (‘to hell with y’r devils, to hell with y’r gods’ galmt hij 16-horsepower-achtig door de kerk) en met stuk voor stuk goede songs.

Het ideale festival?!
Walk the line 2010 Festivals die enkel onbekend werk brengen zijn er niet veel. Motel Mozaique komt misschien dichtbij. In een heel andere tak van cultuur brengt het Filmfestival van Rotterdam 80% films van onbekende, debuterende regisseurs, waarbij het publiek ook vaak niet weet naar welke films ze moeten. Dit vergelijkbare probleem wordt echter deels ondervangen doordat films meerdere keren in een periode van 10 dagen draaien: er is ruimte voor het ontstaan van festivalhits, films die men aan elkaar doorverteld. SXSW, dat heel nadrukkelijk ook een festival is voor boekers, platenmaatschappijen om nieuwe acts te ontdekking, werkt ook met het laten terugkeren van acts in de loop van een langer festival. Walk the line verraste het winkelende publiek vrijdag- en zaterdagmiddag met enkele korte optredens van de bands die in de avond stonden geprogrammeerd. Verder had het publiek maar één kans om elke band te zien. Idealiter zou WTLF in de breedte groeien: meer dagen, meer soorten optredens en enkele locaties erbij. Niet per se heel veel meer acts. En ook niet per se met meer bekende bands (al hoewel een paar geen kwaad zou kunnen). Een band zou twee of drie keer op kunnen treden. Optredens die van elkaar zouden kunnen verschillen (akoestisch, overdag buiten, binnen op poppodium, in combi met andere acts). Op die manier heb je als publiek niet alleen meer kans om een act te ontdekken, maar ook om deze te leren kennen. Nu zag ik slechts twee liedjes van zeer interessant klinkende bands als Warpaint en Peggy Sue. Ik was graag vooraf op hen gewezen, zodat ik die betreffende avonden een andere keuze had kunnen maken. Maar tegelijkertijd stonden er drie andere onbekende acts om uit te checken. Het positieve effect van deze ontdekkingstocht is dat Walk the line voor vele aangename kennismakingen (soms kort, soms lang) heeft gezorgd. Voorheen onbekende bands die de komende periode op meer belangstelling mogen rekenen vanuit de WTL-festivalgangers. Walk the line heeft de potentie om door te groeien tot iets heel moois. We dromen en filosoferen ondertussen nog even verder over de ideale omvang en invulling van dit muziekfestival.

Ricco van Nierop

Harper Simon, foto Edwin Bergeman

Impressies Walk the line

14 mei

Zo vader, zo zoon. Harper Simon leek af en toe rechtstreeks te citeren uit het werk van zijn vader Paul, en dat lag niet alleen aan de gelijkenis tussen de stemmen en de Simon & Garfunkel-gitaartokkeltjes, maar vooral aan sommige akkoordwisselingen en tekstuele foefjes. Je ziet van wie hij het vak heeft geleerd; de liedjes zijn bekwaam geschreven, maar werden niet erg geïnspireerd uitgevoerd. Een plichtmatig optreden, ook al verzekerde Harper ons dat hij het erg naar zijn zin had, en ons een ‘warm and generous audience’ vond. Dat waren we, tenminste, als stilzitten en luisteren ook als ‘warm and generous’ geldt. Veel reden om op de bankjes te gaan staan hadden we niet.

The Dutchess and the Duke waren nog op zoek naar een slaapplaats. Zelf speel ik ook een beetje gitaar, dus ik zou het helemaal niet erg vinden dit aandoenlijke stel ’s ochtends aan mijn ontbijttafel te vinden. Zij zouden mij hun liedjes leren, ik hun de mijne. Lastig aan het gitaar spelen vind ik nog steeds dat ik niet altijd kan voorkomen dat sommige snaren die niet mee moeten klinken toch meeklinken. Daar hadden The Duchess and the Duke ook een beetje last van, merkte ik. We zouden ons daar tegen elkaar over kunnen beklagen. En omdat de zaal steeds leger werd tijdens het toch wel erg leuke optreden, zag ik het er nog van komen ook. Maar ik heb er maar van afgezien, want ze zongen nogal luid. En hoe leuk hun stemmen ook samen klonken, mijn buren zouden dat vast niet waarderen.

Vooraf getypeerd als een soort Belle & Sebastian, klonk Zoey van Goey vooral als… Belle & Sebastian. Stevige begeleiding, lievige zang. Toch zette ik bij deze naam een kruisje op mijn programmablaadje. Dat betekent dus dat ik thuis nog wat meer van dit bandje op ga zoeken, de liedjes waren te aanstekelijk om de band zomaar af te kunnen doen als kloon.

The Courteneers, foto Edwin Bergeman

Gelukkig is de Arbowet zodanig aangepast, dat recensenten alleen nog maar met oordopjes de concertzalen mogen betreden (ja, daar wordt streng op gecontroleerd!). Die dopjes waren nodig bij The Kissaway Trail en Field Music, de twee bands in het Paard van Troje waar ik tussen heen en weer pendelde. Beide zeer luid en heftig, waarbij de vergelijking uitviel in het voordeel van Kissaway Trail – vanwege het mooie gebruik van hoge en lage stemmen en de agressieve attitude. Field Music was eigenlijk voornamelijk saai, en ook drie liedjes Kissaway Trail was deze recensent wel weer genoeg.

15 mei

Blaudzun doet het akoestisch en onversterkt, foto Edwin Bergeman

Veel bands waren vanwege een brandje in de Kanaaltunnel verlaat of afwezig, toch wist uw recensent gewoon het programma te volgen alsof er niets aan de hand was. Deze tweede dag was overigens veel drukker dan de eerste, wat wel sfeervoller was, maar het ook lastiger maakte de zalen in te komen.

Al begin ik ook langzaam richting veertig te kruipen, toch mag ik er nog wel zijn – al zeg ik het zelf. Maar hoe jeugdig en sexy ik ook in het kerkbankje ging zitten, tijdens het optreden van Blaudzun in de Lutherse Kerk, een beetje verbaasd was ik toch wel toen een fotografe vlak na mij het kerkje betrad, even om zich heen keek en toen resoluut de camera op mij richtte. Ik kreeg er een heel geconcentreerde blik van, die ik richtte op het podium. Blaudzun, dat merkte ik zelfs onder deze moeilijke omstandigheden, gaf een geïnspireerd optreden weg, met sfeervolle liedjes die zich uitstekend leenden voor deze setting. De fotografe nam haar foto en lachte in mijn richting - maar niet naar mij. Ik keek naar het bankje achter me en zag daar een stelletje, innig in elkaar verstrengeld, teruglachen naar de fotografe.

Peggy, of Sue, of preciezer misschien: een van de zangeressen/percussionisten van de naar het nummer van Buddy Holly vernoemde Peggy Sue droeg een trui die nog het meest weg had van een nachthemd. Haar warrige bos haar was onder een slordig hoedje gepropt en ook haar lome manier van op de trommel slaan versterkte de aandoenlijke indruk dat ze nog maar net wakker was. Haar collega-zangeres (Sue? Peggy?) klonk met haar lagere stem echter veel strenger en hield de muziek ritmisch en levendig. De muziek deed aan Solex denken. Al moet ik Solex nog maar weer eens draaien om dat zeker te weten.

De liedjes van Jesca Hoop zijn erg mooi, ze hebben een aangenaam folk-geluid en de ijle stem van Jesca boven de volle begeleiding van o.a. accordeons en xylofoons gaf een aparte mix. Maar het meest intrigeerde mij nog de blonde achtergrondzangeres. Zij speelde geen instrument en stond daarom de meeste tijd naast Jesca het ritme op haar heupen mee te tikken, en af en toe maakte ze een danspasje. Op de momenten dat ze moest zingen, deed ze een stapje naar achter, zodat haar stem ver weg klonk – wat een heel mooi effect was.

De pinnige zanger van The Cribs, foto Edwin Bergeman

En de afsluiter weer in het Paard van Troje. Mooi en divers was Langhorne Slim, countryrock met een hoge stem, die heel zacht en heel hard uit de hoek kon komen; vergeleken daarbij was de soul van Bonobo maar een ingeslapen bedoening; van een heel ander kaliber was de soul van Mamas Gun: ook een hoge stem, maar swingend en virtuoos. Dit weer in tegenstelling tot The Cribs, de band met Smiths-gitarist Johnny Marr: onvervalste Britse punk. Raggen op een gitaar met af en toe een zweem cultuurkritiek, die het publiek (met een kleine, enthousiaste kern) maar nauwelijks meekreeg, omdat de teksten onverstaanbaar waren.

Den Haag is na het sneuvelen van Music in my Head een mooi festival rijker, waar de muziekliefhebber weer een handvol nieuwe ontdekkingen heeft kunnen doen.

Edwin Fagel

fotografie: Edwin Bergeman