• Film: Exils (2004)
  • Regie:Tony Gatlif
  • Met: Romain Duris, Lubna Azabal
  • Datum bespreking: 23 august 2005

Aanstekelijk lesje levenskunst


Een slonzig Parijs flatje. We zien een naakte man die mismoedig naar een betonnen uitzicht staart. Op zijn bed ligt een vrouw. De man vraagt haar: ‘zullen we naar Algerije gaan?’ Spottend gelach volgt. Maar in het volgende shot is roadmovie Exils al begonnen en zien we de twee te voet de route nemen die hun ouders jaren geleden ook ondernamen, in omgekeerde richting.

Regisseur Tony Gatlif heeft iets met buitenstaanders. Misschien omdat hij zichzelf zo ervaart. In de jaren zestig ontvluchtte hij Algerije na de militaire coup van Houari Boumediene om in Frankrijk filmscenarist te worden. In 1983 brak hij door met Les Princes over zigeuners in Parijs. Ook in zijn meer recente films Vengo (2000) en Swing (2002) speelde zigeunerbloed een rol. Net als zijn passies voor muziek, de vrije geest en het leven in zijn algemeen overigens, thema’s die in iedere Gatlif-film onmiskenbaar aanwezig zijn.

Ook in Exils hebben de bohémiens Zano (Romain Duris) en Naïma (Lubna Azabal) geen cent te makken, maar geleefd zal er worden. Dus wordt op weg naar Algerije volop zwartgereden en in de buitenlucht geslapen. Als de nood echt hoog wordt gaan de twee gewoon even een dag appels plukken bij de boer, wat weer net zo soepeltjes resulteert in een zwoele vrijpartij tussen de fruitbomen. Zelfs een fles champagne kan er soms nog vanaf, de haren wassen de mooie bloemenkinderen wel gewoon in de dorpsfontein. Alle joie de vivre werkte blijkbaar aanstekelijk want in 2004 won de film de prijs voor beste regie tijdens het filmfestival in Cannes. Uit handen van beroepszwartkijker Quentin Tarantino notabene.
De schaduwkant van de zwerftocht zit vanzelfsprekend niet in de materiele ontberingen maar in de emotionele redenen van de reis: de twee zijn overal bannelingen en niet in het reine met hun wortels. Zano heeft zijn ouders verloren, de sensuele Naïma brak met haar berberse familie. Beiden spreken geen woord Arabisch en de aard van hun verhouding blijft onduidelijk steken tussen liefde en lust. Klinkt toch nog zwaar maar nee: de levenslust in Exils blijft van het scherm spatten. Met al zijn bonte kleurigheid, oog voor detail en opgezweept door muziek van Gatlif zelf balanceert de film tussen energiek en ritmisch, afgewisseld met relaxte momenten waarvoor ruim de tijd wordt genomen.

Met name die muziek speelt volgens Gatlif een even grote rol als het scenario. De house, flamenco, trance en traditionele berbermuziek begeleiden de scènes inderdaad regelmatig, al neigt het effect daarvan soms naar langdradigheid. Dat het paar onderweg alleen maar vriendelijkheid en hulp tegenkomt is daarnaast weliswaar hoopgevend, maar al dit grenzeloze optimisme maakt Exils bij vlagen tegelijkertijd een tikje naïef. Het is zeker niet storend want de film kent een groot aantal prachtige vondsten. Zoals het potje luchtvoetbal van een wild dansende Naïma en de koptelefoon op het graf van Zano’s Algerijnse opa. La vie en roses dus, maar dan in Frans-Algerijnse zigeunersstijl. Erg leuk.

Liesbeth Smit