• Artiest: Charles Evans &
  • Neil Shah
  • Titel: Live at Saint Stephens
  • Label: Hot Cup Records
  • Datum bespreking: 22 December 2009

wat werkte wat niet wat zou wat zou niet? vliegende vissen bijvoorbeeld!


Je kunt de straat op gaan en op de toppen van je longen apodicire apodicire blijven schreeuwen tot iemand de polisie belt. Je kunt een ei koken. Je kunt het stripje in de ochtendkrant lezen. Je kunt op bed gaan liggen en heel hard nadenken over wat allemaal waar had kunnen zijn, en misschien nog kan worden. Je kunt je boeken op alfabetiese volgorde zetten. Je kunt naar de bioskoop gaan voor een film die je eigenlijk helemaal niet wil zien. Je kunt naar zolder gaan en een oud adressenboekje zoeken, en er een naam uitpikken, een naam van zomaar iemand, iemand die je al in geen jaren meer gesproken hebt, en het nummer bellen en als iemand zich aan de andere kant van de lijn meldt vragen Vooronderstelt het neo-mercantilisme een isolationistiese politiek? Je kunt de eendjes voeren in het park. Je kunt je boterham in vier stukken snijen en die alle vier ook weer in vier stukjes. Je kunt aan een passant de weg vragen naar een straat die je heel goed weet te liggen. Je kunt de bus nemen naar Oosterbeek, of naar Goes misschien. Je kunt een goudvis kopen. Je kunt je haren verven in een onopvallende kleur. Je kunt een hoedje vouwen van een reklamefolder. Je kunt al je vakansiefoto’s in plakken in een fotoboek van de Hema. Je kunt een blikje tonijn gaan kopen. Je kunt. Je kunt eigen al die dingen wel.

Je kunt bijvoorbeeld ook gaan optreden. Meteen maar. Jij was Charles Evans allicht en je maat heette Neil Shah. En gijlieden kwaamt van verre. Helemaal van jullie woonst toch wel zeker, waren jullie geraakt tot bij de Saint Stephen’s Episcopal Church in Wilkes-Barre, Pennsylvania. Jaja. Het immer roerige Wilkes-Barre. U doet het niet met minder. Neil had zijn piano medegenomen en gij waar natuurlijk niet zonder uw baritone sax van huis gegaan.

Want Charles Evans, was je. En je had net eigenhandig de post jazz uitgevonden. Het volk was massaal de straat opgegaan en zelf Gode had zich gemoeid. Gode had een huis-aan-huis folder opgerold en het als een toetertje (vol jazz) aan zijn mond gezet en geroepen NU IS ER POST JAZZ had hij geroepen NU IS ER EINDELIJK POST JAZZ!!!

En Neil Shah is gewoon maar Neil Shah. Pianist. Vokalist. Komponist. Maakte filmmuziek. Poepte er nog een singeltje of twee uit, gelooflijk alleen maar verkrijgbaar via amazon dot kom. Was sessiemuzikant voor de laiks van tiepes als Kanye West en Estelle. Nu niet direkt de eerste waaraan ge zoudt denken als ge (post)jazz spreekt en avant garde spreekt en minimal spreekt en seriële muziek spreekt en van twaalftoonsystemen spreekt. Of als ge Charles Evans spreekt.

Charles Evans & Neil Shah - Live at Saint Stephens

Maar toch stonden jullie daar nu. En jullie vroegen je af wat werkte, wat niet, wat zou niet, wat zou wel? Wel ik kan denken aan een ding of twee dat in elk geval wel werkte. Jullie bijvoorbeeld. Jullie stonden je daar in het zweet te werken op een avond in januari. De drieëntwintigste nogal liefst. 2009. Of was het de matinee misschien?

Kon best de matinee wezen trouwens. Evans en Shah tesaam op hetzelfde podium, dat was dan ergens in het midden uitgekomen. Evans vertegenwoordigende de “avant garde”; Shah toch net iets eerder de meenstriem. U kent de meenstriem wel. Die striemt aldurdagen gewoon voorbij de ramen in uw kot, u hebt maar naar buiten te kijken. Het avant is avant alles en is dierhalve allicht aan uw waakzaam oog ontsnapt; u valt niets te verwijten mocht dat zo zijn. En tesaam is het iets dat even voorbij het midden ligt.

Charles Evans

Want of het nu Shah was, of gewoon het klavier in zijn algemeenheid; wat er op Live at Saint Stephens te horen valt haakt veel meer naar jazz die ook echt als jazz te kwalifiseren valt dan wat Evans solo horen liet op The king of all Instruments. Dat is vooral goed te horen op de muziekstukken die ook op laatstgenoemde seedee staan, zoals Junie (parts I en II) en On tone yet (parts I t/m III) (op Live at Saint Stephens overigens in tegenstelling tot op The king of all Instruments zonder vraagteken geschreven).

Solo, toen, in de studio klonket dat allemaal als iets dat niemand ooit eerder gehoord had. Met piano, nu, live klinkt het als… Sja… Als wat. Als jazz. Ik moet denken aan Ornette met de Pet, aan Eric Dolphy, zomwijlen aan Charlie Parker zelfs!, of aan John Coltrane (u weet wel, die tiep die als jong baasje ooit nog es meespelen mocht met Thelonious Monk en Coltrane was aan de beurt om zijn partijtje te blazen maar Coltrane stond te suffen en blies helemaal niks geen partijtjes en Monk riep vanachter zijn piano: COLTRANE!!! COLTRANE!!! daar bestaan opnames van, naarstig gezocht door de echte jazzliefhebber geloof ik).

Gelukkig is het niet Al waar ik aan denk als ik deze seedee hoor. Dat zou het nog net een beetje te matineus maken peins ik. Ook de “Moderne Muziek” komt langs; namen als Ives of Schönberg zijn ook hier niet ver weg. De spanning, de broeienis, de dramatiek, het borrelen & het bruisen worden een beetje gemist. Maar daar staat tegenover dat nummers als An die Fliegende Fische of What Worked, What Didn’t, What Wouldn’t, What Would’ve laten horen hoe prachtig (avant garde) jazz eigenlijk puur & onversneden al klinkt.

En je kunt al je kerstkaarten gaan schrijven. Je kunt toekijken hoe die etters van hier aan de overkant elkaar met ijsballen aan het bekogelen zijn. Je kunt iemand een sms sturen met daarin een vraag waarop je het antwoord eigenlijk helemaal niet wilt weten. Je kunt nog een slok hete koffie naar binnen gieten en aan de laatste alinea van je resensie beginnen. Kun je. Kun je allemaal.

Je kunt ook ginderdaar van het podium van de Saint Stephen’s kerk stappen en naar de bar lopen en een biertje bestellen, en ook eentje voor Neil. En zitten. En zwijgen. De laatste noot bleef nog lang nazinderen.

tim donker