de Recensent 20-05-01
 
 

Het schetsboek


 
 

van van Aalten

Thomas van Aalten Geen flauw idee wat Thomas van Aalten met zijn nieuwe roman 'Tupelo' heeft willen overbrengen. De achterflap van het boek doet me nog wel een aantal suggesties van de hand, maar ik haal het er allemaal niet uit. 'Tupelo' is niet meer dan een grote opeenstapeling van rommelig vertelde stukjes populistisch proza, dat tezamen een boek vormt omdat er een stukje karton omheen is gevouwen.
   De chaotische opbouw van het boek heeft een verstikkende uitwerking op het eigenlijke verhaal. Van Aalten probeert met een reeks sfeerschetsen - die lukraak tussen het hoofdverhaal lijken te zijn ingestoken - een tijdsbeeld te creren dat als een soort alibi voor de handelingen van de hoofdpersoon moet fungeren. Een aanklacht tegen de gevestigde orde? Een nobel streven van de schrijver, zij het niet dat de moralist van Aalten wel erg naef is. Wie zit er anno 2001 nog te wachten op flarden tekst uit een talkshow waarin meisjes van 14 bekennen hele nachten door te halen? Men mag wat mij betreft van een schrijver toch op zijn minst een actievere invalshoek verwachten, ongeacht de uitkomst van de discussie over 'televisie en haar uitwerking op de menselijke psyche'.
Tupelo    Naar aanleiding van 'Tupelo' kan ik van Aalten niet anders kwalificeren dan een tweederangs 'Coupland'. Laatstgenoemde werkte in zijn klassiek geworden 'Generation X' ook met de eerder besproken sfeerschetsjes, maar dan in de vorm van yuppentaal die in kleine kadertjes langs de kantlijn werden uitgelicht. Hoewel deze vormen niet geheel objectief met elkaar te vergelijken zijn, zie ik toch een duidelijke overeenkomst in wat beide schrijvers in gedachten hebben moeten gehad; namelijk een experimentele verdieping van het verhaal. Waar de 'kadertjes' van Coupland het verhaal een duidelijke meerwaarde gaven, wordt de werkwijze van van Aalten door ondergetekende over het algemeen als storend en zelfs overbodig ervaren. Er zijn meerdere paralellen te trekken tussen van Aalten en zijn Amerikaanse collega. Ik denk aan het razende tempo waarmee verteld wordt, de populaire toon en de stijlmiddelen die beide schrijvers hanteren. Toch valt iedere vergelijking uit in het nadeel van de Nederlander.


 
Erwin van Wouw
 
 
terug naar de hoofdpagina