print deze pagina

Een halve meter punkbehang


Uitvoerende(n): The Apers
Titel: Buzz Electric
Label: Stardumb records
Datum bespreking: 15-04-2003
 
The Apers     photo by Linda Berwald

Ach, wat is tegenwoordig hip? Retro garage, Commerciële punkpop? White Stripes, Strokes, Avril Lavigne, Direct en Bad Candy? Pure punkers verbazen zich er wel eens over hoe punk zoín commercieel product heeft kunnen worden. Maar ze zijn vergeten dat de initiator van de Sex Pistols een handige manager en middenstander was. Punk was vanaf het moment dat winkelier Malcolm McLaren zijn vaste klant Johnny Rotten contracteerde al geconstrueerde slim verpakte woede.

Na dit cynische intro kan ik makkelijk overstappen naar de minder hippe punk van harde werkers. Want er zijn nog zat gasten die vanuit hun liefde voor punkrock een bandje beginnen. Zoals de bandjes uit de stal van Epitaph (NOFX, Pennywise, Rancid). In Nederland heb je oudere bands als de Heideroosjes, I against I, NRA, The Donnas en uit de nieuwe eeuw The Riplets, The Groovie Ghoulies en The Apers. En dan ben ik waar ik wezen moet.

Tussen de jarretels

The Apers komen met hun tweede plaat op het vaderlandse punklabel Stardumb. De Rotterdamse band bestaat enkele jaren en heeft ondertussen naam gemaakt. Ze toeren geregeld in Nederland maar ook in Engeland en de States. Tussendoor zagen ze nog tijd om hun tweede plaat af te leveren. Buzz Electric heeft een verschrikkelijk hoes; door de benen van een bejarretelde dame zien we gitarist Jerry Hormone in leren jack. Wat een afgrijselijk rockcliché. Had tenminste de dame nog punkrockgympen aangedaan, was jullie sponsor ook weer blij.

íT is maar een liedje

The Apers maken punkrock in een basisbezetting van drums (Ivo Backbreaker), bas en twee gitaren. Bassist en zanger Kevin Aper schrijft samen met gitarist Marien Nicotine alle songs. Simpele liedjes met veel ruige gitaren en af en toe een tweede zanger. Niet gestroomlijnd, dus niet hip. Niet rommelig, dus niet slecht. Niet experimenteel, dus niet up to date. Kortom degelijk werk, met het gevaar van verveling. Punk als behang, het kan.
Hun debuut bevatte het motto: The punkrock donít stop. Op hun tweede starten ze zelfs met een lijflied voor de pure punkrockers. Here to stay heeft de strekking Ik deed al aan punkrock lang voor dat jullie phoonies dat deden met als beste argument Iím staying here, cause Iím here to stay. Punkrockers in het algemeen en misschien The Apers in het bijzonder: tekstanalytisch moet je ze niet aanvallen. Want This is just a punkrock song.

Wall of sound

Voor ik met deze dooddoener (ít is maar een liedje) mijn hele recensie naar de maan help, kondigt het verschil zich al in de tweede song aan. Raggende gitaren, weinig tekst en veel herhaling. A brand new day is het begin van het behang. Zo volgen er meer songs (Play the leading part, Lillian) die behoorlijk op elkaar lijken, maar toch voor een lekkere springerige achtergrondpunk zorgen.
Gelukkig kent Buzz Electric wel voor wat echte uitschieters. Wonít be the one start met een sublieme gitaarlick en vervolgt met een heerlijke Nederlandse punkrock song. Het is dat ze Engels zingen, anders zou ik denken dat de Kecks terug zijn, zoals ze hun gedrevenheid met zín vieren binnen een vierkwarts ritme weten te persen. Please donít chance bevat een goede melodie, die lekker gezongen wordt over een laag aan gitaren heen. Too many backpacks at the show is de ruigste song van de plaat. In een hoog tempo raggen ze tegen de emocore-liefhebbers in. Tegen de (non)punk van onder andere Jimmy Eat World. Deze onderlinge punktwisten worden pas leuk als ze goede songs opleveren, zoals hier :

It seems theyíre taking over, I donít tink they staned a change
Cause if they cramp my stylo, I will wack them in a glance
Take off those fuckiní glasses, listen up now emo-friends
If Buddy Holly saw you he would take that plane again

(Too many backpacks at the show)

Niets meer, niets minder

The Apers

In drie van de 12 songs zit zowaar een thema. Play the leading part, Youíre a star (You will shine again someday) en Almost summer zijn alledrie opbeurende songs voor treurige punkrockertjes. Een sympathieke opvatting van The Apers om hun doelgroep een hart onder de riem te steken, ware het niet dat het in twee van de drie gevallen een zouteloze song oplevert.
Alleen Almost summer heeft de juiste werking van een anti-depressiva. Zeker in deze tijd kan een aankondiging van de zomer geen kwaad, dat het ook nog goed voor het gemoed is, maakt eigenlijk niet uit. Gewoon een lekker in het gehoor liggend punkrockliedje. Niets meer en niets minder.

Do you ever get the feeling that youíre a loser
I wouldnít worry too much if I were you
Because itís almost summer
Everythingís gonna be alright

(Almost summer)

The Apers hebben met Buzz Electric hun geluidsmuur afwisselend behangen. De uitschieters zijn in de meerderheid. Het zijn geen hippe punkpoppers, maar gewoon vier hardwerkende jongens die in 12 x 3 minuten pure punkrock brengen.

Ricco van Nierop


 
Niets van deze pagina's mag worden overgenomen zonder uitdrukkelijke toestemming van de auteur.
copyright © de Recensent 2000-2002