![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
Superieure troep |
Titel: Quentin Tarantino Regisseur: Kill Bill Hoofdrolspeler(s): Uma Thurman, Lucy Liu Datum bespreking: 24-11-2003 |
Met Quentin Tarantino is het net als met Sinterklaas: wie kent hem niet? Films als Reservoir Dogs en Pulp Fiction worden door jong en oud in de armen gesloten en gekoesterd als de cinematografische wonderkinderen van de jaren ’90. Zo had ik een schoolvriend in die dagen die tussen de lesuren door en op verjaardagspartijen feilloos de dialogen van Vincent Vega en Jules Winnfield declameerde, incluis de bijpassende handgebaartjes en uitgestreken tronie. In deel één van ‘the fourth film’ Kill Bill raakt The Bride (Uma Thurman), alias Black Mamba, in coma nadat haar bruiloft is uitgedraaid op een slachtpartij, door toedoen van Bill (Kung Fu held David Carradine, wiens gezicht we in deel één niet te zien krijgen). Als ze na vier jaar ontwaakt, zint ze, voorzien van samoeraizwaard, op wraak en stelt zich als doel om alle leden van Bill’s Deadly Viper Assassination Squad te doden, met Bill als bloederig hoofdgerecht. Net als in zijn eerdere films fungeert het thema – wraak – als kapstok voor een mengelmoes van klassieke filmgenres waarvan de garen tezamen tot een nieuw jasje worden gesponnen. Het recept bestaat uit een bodempje martial arts, een vleugje manga, twee druppels samoerai, een theelepel Brian de Palma, afgegoten met een flinke scheut western en een theatrale, Morriconeachtige filmscore. |
‘This epic is a compendium of kitsch, but it’s kitsch aestheticized by someone who loves it...’ schreef New Yorker recensent Pauline Kael ooit over een film van westernregisseur Sergio Leone. Hetzelfde geldt voor cinefiel en veelvraat Tarantino. Pulp, kitsch en clichés weet hij, uitvergroot en afgeserveerd met een moddervette knipoog, tot kunst te verheffen: bloedbaden, indien met rode spuitfontein; moorden, mits met afgeslagen hoofd. Leentjebuur spelen bij deze en gene is natuurlijk niet zonder gevaar. Voor je het weet ligt zwakke broeder plagiaat op de loer en word je op de hielen gezeten door het ongewenste kindje dat maniërisme is gedoopt. Beiden weet Tarantino echter glansrijk te omzeilen door respectievelijk zijn bronnen niet onder stoelen of banken te steken, maar uit te stallen, en de geleende stijlen niet als olijk foefje te portretteren, maar als zijnde geïntegreerd binnen de trant van het verhaal.
Enkele lang uitgesponnen scènes ten spijt (zo had het legertje van Deadly Viper lid nummer twee, vertolkt door Lucy Liu, dat het opneemt tegen The Bride, het best met minder mankracht kunnen stellen), is deel één van Kill Bill, op dezelfde gronden als Tarantino’s eerdere films, een genietbare ode aan film in het algemeen, en b- tot en met z-film in het bijzonder. En bovendien, middels een cliffhanger van jewelste, verzekerd van minimaal hetzelfde bezoekersaantal dat op de superieure troep van deel twee af zal komen, over een maand of vier. |
| Niets van deze pagina's mag worden overgenomen zonder uitdrukkelijke toestemming van de auteur. copyright © de Recensent 2000-2004 |