de Recensent 24-12-00
 
 

Peter de Wit


 
 

"Soms zit ik me te verkneukelen over wat de mensen de volgende ochtend mogen lezen."

Peter de WitDie ochtend is er een gaskachel ontploft, twee verdiepingen boven de tekenstudio. De muur in de gang beneden vertoont scheuren. Peter de Wit laat het me zien en zegt laconiek dat als het gebouw instort hij me met zijn eigen lichaam zal beschermen.
Begin december kwam 'Sigmund Zevende Sessie' uit, een door De Wit zelf samengestelde selectie uit de strips rondom de eenogige psychiater Sigmund, die het afgelopen jaar verschenen in de Volkskrant (en in de Belgische krant De Morgen). de Recensent reisde af naar Amsterdam en zocht de auteur/tekenaar op in zijn tekenstudio aan de Wittenkade.

'Ik maak sinds 1993 een dagelijkse strip, iets wat ik al twintig jaar wilde doen. Destijds heb ik zelfs bij Eppo gesolliciteerd met een krantenstrip maar daarvoor was geen plaats. Ik heb toen een tijd lang een traditionele weekbladstrip gemaakt, dat zou ik nu niet meer willen, dat is een gepasseerd station. Een dagelijkse krantenstrip is minder pretentieus en de vorm ligt me beter. Bovendien heb ik elke dag een nieuwe kans. Ik heb nooit enige druk gevoeld van het dagelijks moeten presteren. Ik heb ťťn reservestrip liggen voor nood, maar er zijn eigenlijk altijd wel ideeŽn. En zolang Sigmund zich blijft ontwikkelen - qua timing, plaatjes en tekst, ik concentreer me de laatste tijd heel erg op dialogen - ga ik er mee door. Je kunt eindeloos varieŽren en jezelf verrassen. Tot nu toe heeft het me nooit enige moeite gekost elke dag een strip te maken, ik heb materiaal genoeg. Het is mijn leven gaan beheersen. Ik heb altijd een notitieblokje op zak en als me wat te binnen schiet of ik maak iets mee, dan schrijf ik dat op. Vorige week liep ik naar het Centraal Station en werd aangesproken door zo'n Hare Krishna-figuur. Om de een of andere reden moet dat soort types altijd mij hebben, echt heel bizar. Er lopen duizenden mensen op straat, maar ik word er steevast uitgepikt. Ik probeer zo zelfverzekerd mogelijk voorbij te lopen, maar blijkbaar zie ik er uit als een sukkel die gemakkelijk bij de eerste de beste sekte in te lijven is en al zijn spaarcenten overmaakt, haha! Enfin, ondanks dat het vervelend is, pak ik tweehonderd meter nadat ik de folder heb aangepakt, m'n notieblokje en maak er een aantekening van. Nieuw materiaal voor Sigmund.
   In het begin wilde niemand Sigmund hebben, ook de Volkskrant niet. Nu is het een middel voor de krant om zich te onderscheiden. Eigenlijk brengen kranten geen nieuws meer, ze zijn ingehaald door de snelheid van televisie. Tegenwoordig moeten ze het veel meer hebben van columns, achtergronden en strips. De tijdgeest, het kritische, de man-vrouwverhoudingen die de Sigmunds uitstralen passen uitstekend bij de Volkskrant, ik denk dat de strip in bijvoorbeeld de Telegraaf zou misstaan.
Sigmund    Ik vind Sigmund niet cynisch, ik vind hem zelfs de laatste tijd wat mild geworden. Hij is heel nuchter. PatiŽnten met ernstige psychische problemen, dat is erg, maar de gewone klant van een therapeut moet niet zeuren en gewoon z'n schouders eronder zetten en doorgaan met het leven. Misschien komt dat hard over, maar ik zie dat zelf niet zo, ik zou hem eerlijk gezegd wel wat cynischer, wat harder willen hebben. Het eerste half jaar was hij altijd degene die de 'afmaker' had, zoiets als 'Spring dan maar van de brug!' ofzo, hij wist het altijd beter. Tegenwoordig zie je steeds meer dat zijn patiŽnten die rol hebben overgenomen, Sigmund is nu zelf ook vaak het slachtoffer of hij weet het ook niet.
   Sigmund is geen autobiografische strip, maar natuurlijk zitten er elementen in van mezelf. Wij hebben hier 3FM aanstaan en soms zit ik te schelden bij de radio als ik weer zo'n nederpopplaat voorbij hoor komen. Sommige liedjes van Acda & De Munnik of Van Dik Hout vind ik best goed, maar er zit ook ontzettend veel tyfuszooi tussen. Van die softe, zoetsappige muziek die niets te maken heeft met rock 'n' roll. Met van die sociaal-academische titels als 'Het is niet erg als je soms de fout in gaat'. Wat is dat nu voor onzin! Natuurlijk is het erg als je de fout in gaat, het is zo goedpraterig. En zoiets is toch ook geen songtitel! Die frustraties verwerk ik - uitvergroot - in de strip. Dan laat ik Sigmund alle nederpop-CD's in de gracht gooien. Ik denk dat de lezer wel aanvoelt dat daar wat van mezelf in zit, zoiets verzin je niet.
   Ik krijg eigenlijk nooit boze brieven van lezers. Sommige mensen - met name mannen valt me op - zeggen wel 's dat Sigmund vrouwonvriendelijk zou zijn. Ik houd me daar niet zo mee bezig, het gaat mij erom of de grap goed is. Als anderen daar het etiket 'vrouwonvriendelijk' of 'manonvriendelijk' of weet ik veel wat op willen plakken, moeten ze dat zelf weten. Het is niet zo dat het doel alle middelen heiligt, dat alles maar mag om grappig over te komen. Met Dutroux heb ik destijds bijvoorbeeld niks gedaan, met enge ziektes doe ik ook nooit wat. Sommige tekenaars, zoals Gummbah, komen daar wel mee weg, dat heeft te maken met hun stijl, hun persoonlijkheid. Een Youp van 't Hek kan ook de vreselijkste dingen zeggen die toch leuk zijn, maar dat zijn woorden op toneel, die vervliegen. Woorden op papier komen toch harder aan. Bovendien zie ik het primair als mijn taak om de mensen aan het lachen te maken. Natuurlijk kan een Sigmund je soms ook ontroeren, het gaat allemaal over mensen en hun kwetsbaarheid, die diepere, filosofische laag zit er ook wel in, maar als er wat te lachen valt moet je dat er wel uit kunnen halen. Zoals de hoofdredacteur vorige week nog tegen me zei: 'Zoveel valt er ook weer niet te lachen bij de krant, dus zet 'm op!'.
Humoristisch zijn is een zwaar vak. Als je iets dramatisch doet, dan kom je daar al snel een heel eind mee, ondanks dat het misschien geen Shakespeare is. Maar als humor niet leuk is, valt het als een natte krant uit elkaar, dan heb je helemaal niks.
Sigmund Zevende Sessie    Elk jaar in december komt er een compilatie uit van Sigmund. Dit jaar zijn er ongeveer vijftig strips afgevallen omdat ze te veel aan de actualiteit gebonden waren of omdat ik ze achteraf toch niet zo geslaagd vond. Vorige edities heb ik zelf uitgegeven bij onze eigen uitgeverij De Plaatjesmaker, destijds opgericht om Gilles de Geus uit te geven, deze keer heeft De Harmonie dat gedaan. Het nadeel van zelf uitgeven is dat het enorm veel van je tijd opslokt, het is toch niet je vak. Een boek uitgeven is makkelijk als je geld hebt, maar daarna komt de promotie, de distributie en dergelijke. Het feit dat ik uitgegeven word en dat ik dagelijks mag publiceren in de krant, daar schuilt voor mij de erkenning in, dat is een kick. Als het niet gepubliceerd zou worden, zou ik geen lijn op papier zetten. Ik vind het jammer dat het nog wel 's ontbreekt aan erkenning in Nederland. Als je het vergelijkt met de literatuur, daar hebben ze, geloof ik, wel zo'n tachtig prijzen en veel uitgebreide recensies. Stripalbums worden veel minder besproken, terwijl ze soms aanzienlijk beter verkopen dan literatuur. Maar misschien ligt het ook aan de tekenaars zelf, ik begrijp ook wel dat je niet de driehonderdste Suske & Wiske gaat bespreken en wellicht geldt dat ook voor de zevende Sigmund. Maar goed, ik mag niet klagen, ik krijg aandacht genoeg. Vorig jaar heb ik de Stripschapprijs gewonnen, dat vind ik erg leuk. Wat mij betreft mogen er veel meer van dat soort prijzen komen, liefst met een grote geldprijs eraan gekoppeld, zodat de winnaar het 's een maandje rustiger aan kan doen.
   Ik denk zeker dat het medium strip toekomst heeft, het wordt alleen maar meer. Ik heb een pokkehekel aan die internetgoeroe's, de hele Maurice de Hond-sekte, die beweren dat internet de papieren pers zal laten verdwijnen. Ik denk dat ze allebei bestaansrecht hebben, als aanvulling op elkaar. Ik ben van het harmoniemodel, het ťťn hoeft het ander niet uit te sluiten. Er zijn nu al een heleboel mensen bezig met flash-filmpjes in combinatie met strips op internet. Het interactieve is het leuke daaraan, je kunt klikken en verder klikken en steeds nieuwe wereldjes ingaan, zelf de afloop van het verhaal bepalen. Ik houd me er totaal niet mee bezig, ik doe niks met computers, maar ik zie soms dingen van anderen die hartstikke leuk zijn.
   Ik fiets elke dag van Buitenveldert naar de tekenstudio en dan vraag ik me altijd af wat al die mannen en vrouwen doen die ik iedere ochtend in het ABN Amro-gebouw zie verdwijnen, ik kan me daar echt niets bij voorstellen. Ik ben altijd blij als ik hier weer naar toe mag om een strip te maken, dat is het belangrijkste voor mij, anders wordt het zo snel krampachtig. Het is gewoon fijn om je in je eigen wereldje te kunnen terugtrekken om nieuwe ideeŽn te genereren en uit te werken. Ik wil gewoon elke dag de leukste strip in de krant hebben. Natuurlijk lukt dat niet altijd, maar soms zit ik me de avond ervoor al te verkneukelen over wat de mensen de volgende ochtend mogen lezen. Mogen lezen, ja, wat moet dat geweldig zijn, als je dat zomaar iedere dag voorgeschoteld krijgt!'

Als de striptekenaar na het interview mijn Sigmund-album signeert, tekent hij de psychiater met de tekst 'Die computers, dat loopt zo'n vaart niet!', om eronder tussen haakjes te vermelden: 'De achtste sessie zou alleen nog digitaal worden uitgebracht.' Was getekend: Peter de Wit, 2000.


 
Olaf Risee
 
 
terug naar hoofdpagina