![]() 23-11-'01 |
|||
|
Reactie op reactie Beste Ingmar, Een gedicht schrijven, iets scheppen, lijkt me de moeilijkste bezigheid van allen, op afstand gevolgd door het schrijven van een recensie van het gedicht of van de bijbehorende gedichtenbundel. Een recensie op een recensie is alweer een lichtere taak, dus kun je wel nagaan dat wat daarop volgt een fluitje van een cent moet zijn. Danny in oranje. Om te beginnen wil ik je bedanken voor je formidabele reactie op mijn recensie van de bundel 'Alle Goeds'. Je hebt gelijk, wat moet ik zeggen? En ergens heb je geen gelijk, dat ook. Waar praat ik over? Af en toe heb ik last van 'stilistische absences'. Niets ernstigs en het gebeurt slechts bij hoge uitzondering; in de dagelijkse praktijk ben ik behept met een intelligente gedachtegang. Krijg ik een idee alsof het vanzelf kwam: een televisieprogramma - beetje reality, beetje sentiment - waarin een cameraploeg gedurende een jaar een gezonde Hollandse jongen volgt, type administratief medewerker. Die ene dag van dat jaar waarop de jongen wegens kortademigheid - roken is zijn enige ondeugd - ziek thuisblijft, haalt de uitzending. Gelet op de kijkcijfers is dat zeer aantrekkelijk. De bureauredacteur stelt dan ook een slotscène voor waarin ik leunend tegen een afgesleten muur een tikkeltje plechtstatig en retorisch vraag: "Het vak 'Gezondheid' was waarschijnlijk te hoog gegrepen?" Vooral dit laatste belooft een daverend succes te worden. En niet eens iets kwaads in de zin! Dat begrijp je wel. Eigenlijk ben ik om twee redenen blij met jouw reactie. Het belangrijkste vind ik dat je niet op mijn mening zelf hebt gereageerd (wat zou dat ook voor zin hebben?), maar op de totstandkoming van die mening. Ten tweede weet je dat nog eens met zeer zinnige, steekhoudende en scherpe argumenten te onderbouwen, met name op het door mij ingebrachte punt van de 'verstaanbaarheid'. En wat overblijft voor mij is een beginnerscursus stevig maar inwendig vloeken om zoveel zinnigs van jouw kant en zoveel onvolledigheid van de mijne.
Naar aanleiding van jouw reactie is het mij duidelijk dat ik het begrip 'verstaanbaar' verzorgder uit had moeten werken. Een buitenkans die ik hierbij natuurlijk met beide handen aan wil pakken. Door de term 'verstaanbaar' als credo in de mond van anderen te leggen, zijn niet zij, maar ben ík een grondslag te ver gegaan. Dat besef ik nu. Waarschijnlijk ben ik in díe mate door het begrip gefascineerd dat ik een zogezegde discussie heb aangezwengeld die misschien wel geen discussie is (maar dat slechts zou kunnen zijn), zeker op de manier waarin ik hem op het toneel heb gevoerd. Een interessanter vraagstuk (naar aanleiding van het citaat van Menno Schenke) is wellicht: wat wordt bedoeld met 'verstaanbaar'? Wanneer is een gedicht verstaanbaar, wanneer is het dat niet meer? Als de lezer begrijpt waar het gedicht over gaat? Als de lezer de woorden afzonderlijk kan bevatten? Ik weet het niet, jij zult het denk ik ook niet weten en grote kans dat Schenke zelf ook geen idee heeft. En toch noemt hij jouw poëzie verstaanbaar. Alsof de nooit eerder opgemerkte stationsduiven plotseling plaats hebben gemaakt voor een torenvalk, schichtig om zich heen kijkend. Kortom, de term 'verstaanbaar' lijkt mij meer dan een alledaagse uiting, het impliceert iets, iets wat ik nergens gedefinieerd (voor zover 'definitie' een gepaste term is wanneer het over poëzie gaat) terug kan vinden. En sterker nog: iets wat ik nergens terug kan vinden in de zin dat er een aanleiding voor zou bestaan. Maar voor wat? Wat heeft de term met jouw poëzie uit te staan? En hoe wil ik een aanleiding terugvinden voor dat iets wat mij als zodanig in feite onduidelijk is? Misschien had ik via deze route - meer vraag, minder antwoord - een lijn moeten trekken naar het 'cultuurproduct' van Komrij en mijn veronderstelling dat deze kreet iets eigens aan jouw poëzie suggereert. Vindt Komrij jou een cultuurproduct in de betekenis van de genoemde 'verstaanbaarheid' (al meldt hij dat nergens)? Ergens probeer ik jouw poëzie te duiden, te bespreken, maar onderweg stuit ik op die twee - door mij als zodanig gedeclameerde - fenomenen: 'cultuurproduct' en 'verstaanbaar'. En niet omdat ik ze zocht, maar omdat ik ze toevallig tegen het lijf liep. Omdat ook ik wel zag dat jouw gedichten in ieder geval helder te noemen zijn en dat de link naar 'verstaanbaar' of beter: de transparantie die daarbij aansluit met een beetje voorstellingsvermogen binnen no-time is gelegd. Wat mij in het oog springt, is in ieder geval het feit dat Schenke de term gebruikt en inzet voor een typering van jouw poëzie. Ik vind dat nogal wat. Natuurlijk kun je aan de gang blijven: is helderheid (en wat is helderheid?) synoniem voor 'verstaanbaar'? Is het goed om verstaanbaar te zijn? Is het een baken waaraan je de betere dichter kunt herkennen? Etc, etc. Ooit las ik iets over de 'onderliggende vorm' van objecten en subjecten. Misschien zoek ik dat wel. En inderdaad, er is geen bestaand algemeen gezwets rond de genoemde termen. Er is wellicht iets wat gezwets kan oproepen wanneer een jouw poëzie goed en een ander jouw poëzie matig vindt en dit beiden koppelen aan - jawel - verstaanbaarheid. Zonder te weten waar deze verstaanbaarheid voor staat. Het kan zijn dat zij op deze wijze te benaderen is: het object niet bespringen, maar in een cirkel eromheen massaal op de grond stampen totdat de betekenis zich loswrikt. Vooralsnog kan ik dat niet of kan ik dat niet bewerkstelligen. Waar ik dus mee zit, is dat ik jouw poëzie over het geheel genomen niet geweldig vind (en dat zal jou een rotzorg zijn), maar dit niet kan onderbouwen met rotsvaste gegevens. Misschien hoeft dat ook niet en bezit ik slechts vragen die bij nader inzien mijn antwoord kunnen zijn: te weten waar ik naar zocht en te weten wat ik niet heb kunnen vinden. Een soort ontdekkingsreis met alle mogelijke hulpmiddelen naar wat ik denk te missen in jouw poëzie. Klinkt veelbelovend en lekker parmantig, maar er zit voornamelijk veel geouwehoer tussen. Hoe kan het ook anders? Laat ik even overschakelen naar die overbodige poëzie en het door jouw gebezigde begrip 'zingeving'. Met wat goede wil is ieder gedicht samen te vatten, zeg je min of meer. In de basale zin dat het gedicht daarmee korter wordt, is dat nogal wiedes. De vraag is in hoeverre je daarmee een miniatuur hebt dat de lading van het werkelijke gedicht volledig dekt, ook dat klinkt logisch, maar we moesten het er maar eens over hebben. Zelf zeg je: 'Los van de vraag (waarom los van de vraag? - DD) of hij op die manier uit het gedicht haalt wat erin zit, kun je bijna elk gedicht, zo niet elk kunstwerk op die manier als overbodig bestempelen.' Op welke manier? Wie doet dat? Breng hem hier, je kent het procédé! Grofweg gezegd heb ik jouw gedicht 'Een verontrustende droom' niet samengevat - wat zou betekenen dat het totale gedicht nog steeds als uitvalsbasis fungeert - maar aangesneden en de korsten ervan in de prullenbak gemikt. Het gaat me in dit verband niet om wat ik van het gedicht zelf vind, maar om wat ik er met name teveel aan vind. De uiteindelijke zeggingskracht blijft wat mij betreft gehandhaafd in die ene regel ten opzichte van het eigenlijke gedicht. Zingeving? Dat kan me voor mijn part gestolen worden. 'De zin is wat je er zelf aan geeft'. Inderdaad, juist dat wil me maar niet lukken bij jouw gedicht in de zin dat je er überhaupt een gedicht van hebt gemaakt. Jíj legt een omgekeerd evenredig verband tussen zingeving en overbodig, niet ik. En dat je Nijhoffs 'De moeder de vrouw' niet bepaald als 'Een vent gaat ergens bij een brug in het gras liggen en denkt dat-ie z'n moeder hoort zingen' kunt samenvatten, weet jij zelf feilloos, want je was het in opzet natuurlijk niet met me eens. Ik zou het ook niet eens zijn geweest met mezelf als ik iets dergelijks had beweerd. Hm, een stelling aanvallen die niemand verdedigt; zo kan ik ook een debat winnen. Het feit dat ik de onderwerpen in jouw poëzie aan de kreet 'cultuurproduct' van Komrij ophing, was - daar waren we het inmiddels over eens - niet erg gelukkig. Maar de genoemde onderwerpen waren aan een methode opgehangen en niet aan wat ze in een andere context kunnen betekenen. Dus dit in één adem koppelen aan mijn eerdere veronderstelling dat de inhoud in en van gedichten in feite niet van belang is, is als een treinstel op spoor 6 aan een locomotief op spoor 5 proberen te koppelen. Beiden hebben ze met treinverkeer te maken, maar op dat uur vertrekken ze toevallig in verschillende richtingen. Gaat de een op eigen kracht, de ander heeft kracht van buiten nodig - dat komt er ook nog eens bij. Dus meneer Heytze, je zit me toch niet weer te beschuldigen van dingen die ik niet beweerd heb zoals jij ze beweert? Voor je het weet staan we half kritisch Nederland in elkaar te timmeren, met de nodige klappen op de koop toe nemend. Ik denk dat we het zo moeten zien: jij bent de praktische van ons twee, ik de ouwehoer. Met de term 'verstaanbaar' zou ik wellicht een punt hebben gehad wanneer de discussie als zodanig werd gevoerd. 'Was het maar zo', zoiets. Al kan de term ten opzichte van jouw poëzie een aanleiding zijn voor stof tot nadenken, voor zover ik zelf aanneem dat dit in dit kader (want iemand als Pfeiffer heeft reeds het nodige over verstaanbare en onbegrijpelijke poëzie gezegd) niet gebeurt. Rest mij dus niets anders dan je nogmaals te bedanken. En dat meen ik, zoveel zal wel duidelijk zijn. Uiteraard is de brief langer geworden dan verwacht, zo gaat het altijd met brieven. Maar iemand moet het doen, denk ik soms. En wie het doet en waarom het gedaan moet worden? Misschien weet jij het. Veel succes met je verdere schrijfwerk. Hartelijke groet, p.s. Moet je me toch nog uitleggen waar de wandtegeltjes en de vrijetijdsdichter zo plotseling vandaan komen. lees hier de reactie van Ingmar Heytze
|