Voor hij kunstenaar werd

Hoe word je schrijver? Veel lezen, veel beleven en vooral veel lijden. Het is een romantisch beeld, maar bestaat nog steeds. Als je niets meemaakt, heb je niets om over te schrijven. Een onbeschreven blad blijft een onbeschreven blad. Dus heb een nare jeugd, groei op in tijd van oorlog, ruk je los van je jeugd, stort je in de harde wereld. Leef, lijd en schrijf.

John Coetzee is het gelukt. Hij is al 25 jaar schrijver en met zijn vorige roman Disgrace haalde hij voor de tweede maal de Booker prize binnen. Nu is zijn 10e boek uit, Portret van een jongeman, waarin hij beschrijft hoe hij schrijver wilde worden. En na lezing vraag ik me nog steeds af hoe hij het uiteindelijk is geworden. Want in het verhaal is hij alleen maar bezig het te worden, terwijl hij nergens komt. Hij heeft de hierboven beschreven romantische instelling van de wording van een schrijver. Hij trekt uit Zuid-Afrika weg om los te komen van z'n jeugd, van z'n ouders, van het verscheurde land. In Londen moet het gebeuren, een wereldstad die kunstenaars vormt.

Coetzee presenteert zijn nieuwe boek als non-fictie, als autobiografie. Hij beschreef zijn jongensjaren in Boyhood: Scenes from Provincial Life. Naast dit boek hield Coetzee zich verre van autobiografische vertellingen. Zijn romans zijn individuele vertellingen die de communicatie beschrijven tussen mensen in een verscheurde wereld. Of hij nu schrijft over Susan Barton, de 'vrouw' van Robinson Crusoe, in Foe of over de eenzame Magda in In the Heart of the Country of over David Lurie in Disgrace. Het gaat allemaal over de onmogelijkheid tot communicatie in door macht gedicteerde menselijke verhoudingen. Een mooi thema dat Coetzee al die jaren raak wist te beschrijven. Als dan zijn autobio uitkomt, ga je als lezer toch naar aanknopingspunten met z'n fictieve werk zoeken. Letterlijk komen de belevenissen van de jonge Coetzee nergens in z'n fictieve werk terug. Maar thematisch is toch zeker een kiem te ontdekken waaruit later die grote romans zijn ontsproten.

John is een eenzame jongeman die in Londen bij IBM een baan vindt als computerprogrammeur. Het is 1959 en Londen is 'the place to be'. John beweegt zich elke dag tussen zijn werk en zijn appartement. 's Avonds verdiept hij zich in de boeken in de bibliotheek van het Brits Museum. Ondanks dat hij wiskundige is, wil hij zich specialiseren in de literatuur. Want hij voelt aan alles dat hij kunstenaar zal worden. Hij is daar ook voortdurend mee bezig: met filosoferen hoe hij die staat het beste kan bereiken. Een minnares, hij moet een minnares hebben, alle grote kunstenaars hadden een minnares. Dus hij scharrelt wat bij elkaar. Veel levert het niet op, af en toe en liefje voor een paar weken. Maar de mooie meiden in de metro letten niet op die jongen die zich in zijn boeken verdiept. Na´ef als hij is, verwacht hij dat een vrouw zijn leven binnen zal lopen en een kunstenaar van hem zal maken. De job die hij heeft, kan hem niet erg boeien. Het zorgt voor de sleur in z'n leven en zorgt dat hij geen tijd en zin meer in poŰzie heeft. Als hij z'n baan opzegt, levert hem dat echter niet de vrijheid op die hij had verwacht. Hij zal geld moeten hebben en een baan, wil hij niet naar Zuid-Afrika teruggestuurd worden. Terugkeren naar zijn moederland zonder kunstenaar te worden, dat nooit.

Problemen met geld en vrouwen, op zich niet vreemd voor een aanstormend kunstenaar. Maar bij Coetzee zijn de situaties zo schrijnend. Zijn werkelijkheid staat zo ver af van zijn ge´dealiseerde doel. De lijdende jonge kunstenaar had moeiteloos meerdere mooie vrouwen en John blijft bij meisjes waar hij niets voor voelt, simpel en alleen vanwege het feit dat hij te laf is het uit te maken.
Tot het eind van het boek komt van zijn literaire ambities niet veel terecht. Hij concludeert: 'Op zijn achttiende was hij misschien dichter. Nu is hij geen dichter, geen schrijver, geen kunstenaar. Hij is computerprogrammeur, een computerprogrammeur van vierentwintig in een wereld waarin geen computerprogrammeurs van dertig bestaan.' Hij heeft zich gerealiseerd dat hij te na´ef was in zijn streven dichter te worden. Als je het leven alleen leeft om ervaring op te doen voor de kunst, dan blijft van het leven zelf niet veel over. John is aan het eind van het boek nog steeds een mislukkeling. Hij is geen dichter, maar is er wel dichter bij doordat hij zich realiseert een droom nagestreefd te hebben.

De lezer rest niets anders dan nog een boek te wachten op de wording van de echte kunstenaar. Naar aanleiding van dit relaas, is nauwelijks voor te stellen dat deze na´eve egocentrische mislukte jongeman een groot kunstenaar zou worden. Een kunstenaar die, eenmaal 60, zichzelf kan neerzetten als na´eve egocentrische mislukte jongeman. Maar vooral een kunstenaar die prachtboeken als Foe, In the Heart of the Country en Disgrace schreef. Zat het er wel in, in die mislukte jongeman? Thematisch valt hier heel wat te ontdekken. Portret van een jongeman gaat over een jongeman die niet-assertief is en daardoor enorm eenzaam. Het is echter te makkelijk om te zeggen dat dit vervolgens en daardoor de belangrijkste thema's van de schrijver Coetzee werden. Wel geeft het de schijn van een verklaring voor de menselijke treurigheid die doorheen zijn werk terug te vinden is.

De uitgever mag blij zijn met zo'n schrijver. Coetzee is niet alleen van wereldklasse, hij staat ook wereldwijd in aanzien en in de toptien. Coetzee gaf uitgeverij Cossee de primeur van dit boek. Pas over enkele maanden verschijnt Youth wereldwijd. Coetzee mag op zijn beurt blij zijn met deze vooruitgesnelde vertaling (Peter Bergsma) vanwege de veel beter gekozen titel. Hopelijk zijn Cossee en Bergsma weer snel van de partij als Coetzee zijn volgende 'echte' roman schrijft. Want laat dat duidelijk zijn, hoe goed geschreven Portret van een jongeman ook is, het stijgt niet uit boven Coetzee's fictieve romans.

Ricco van Nierop