de Recensent

21-02-'02


Die begenadigde woord


Kleur komt nooit alleen
In Zuid-Afrika hebben schrijvers en dichters als geen ander geleerd om hun betrokkenheid bij de politieke situatie van hun land niet al te duidelijk te verwoorden. In de hoogtijdagen van de apartheid kon een blanke dichter beter niet betrapt worden op al te veel sympathie met de zwarte bevolking. Sommigen hielden zich daarom in hun werk helemaal niet bezig met de realiteit, ontvluchten haar. Anderen daarentegen wisten nog steeds, sluipenderwijs, veel over de Zuid-Afrikaanse situatie te verwoorden in hun gedichten. Onder hen is Antjie Krog, met uitzondering misschien van Breyten Breytenbach, de bekendste - en ťťn van de beste dichters die Zuid-Afrika heeft mogen voortbrengen. Dat Krog op zijn minst betrokken is bij de gebeurtenissen in haar land en met name bij het leed dat de tegenstellingen tussen blank en zwart veroorzaakten, bleek al eerder uit Country of my skull, het aangrijpend relaas van de zittingen van de Waarheids- en Verzoenings Commissie. Ook in haar nieuwste dichtbundel, met de veelbetekende titel Kleur komt nooit alleen, staat de Zuid-Afrikaanse, of liever: de menselijke, situatie centraal in een aantal schrijnende gedichten. Maar alles is poŽzie bij Krog, dus treffen we ook gedichten over schilderijen, het schrijven, erotiek enÖ. Windows 2000.
De bundel is opgebouwd uit een aantal thematisch afdelingen. In Mondweefsel, waar de bundel mee aanvangt, trakteert de dichter ons op een aantal poŽtische vertellingen van verschillende mensen: Oom Jakobus de Wet vertelt zijn verhaal, maar ook de diamantsorteerder en veeboer. Hier speelt vooral het landelijke element een grote rol. De Rivier (de Gariep) is in deze hele afdeling aanwezig, al dan niet op de achtergrond, evenals steen en taal en de mensen van het land. Maar pas in de tweede afdeling, Wondweefsel, komt Krog goed op gang. Wederom presenteert zij haar gedichten als vertellingen, maar nu zijn het gruwelverhalen uit concentratiekampen, townships en ghettos. Daarbij komt ook de problematiek van de geŽngageerde blanke, de niet discriminerende 'witte' aan de orde:

sal ek altyd wit wees
maak nie saak waarvoor ek staan
by wie ek skaar   wat ek doen
wie my onderstein nie?

[Ö]

is kleur die allesbepalende faktor   ek kan hoe
liefhÍ   hoe hoort   wit-wit-wit klop my hart?

(Na grond-invasions in Zimbabwe)

Daarbij weet Krog niet alleen ontzettend veel medeleven en begrip voor elk standpunt op te roepen (en daarmee de oude tegenstelling tussen zwart en wit te ontkrachten) ook blinkt haar poŽzie uit in wijsheid en biedt iets wat veel wegheeft vanÖ adviezen:

(maar als die oue nie skuldig is nie
   nie skuld bely nie
kan die nuwe natuurlik ook nie skuldig wees nie
en nooit voor stok gekry word
  as hy die oue herhaal nie
alles begin dus van voor af aan
die slag anders ingekleur)

(Land van Genade en Verdriet)

Sgrafitto, de derde afdeling van de bundel, staat thematisch enigszins los van de andere afdelingen en brengt daardoor ook een welkome afwisseling. Niet alles is leed en engagement in Kleur komt niet alleen, er is ook plek voor kunst. Die kunst komt in de vorm van schilderijen, grotendeels van de hand van Marlene Dumas, die door Krog van een poŽtische aanvulling worden voorzien. Deze gedichten hebben allemaal een overduidelijk erotische inslag, waarbij het, als je de schilderijen niet kent, moeilijk te beoordelen is of dat een extraatje is van de dichter, of dat ook de schilderijen al erotisch van aard waren. Bij het schrijven van erotische poŽzie schuilt in wezen hetzelfde gevaar als bij het schrijven van geŽngageerde literatuur: teveel duidelijkheid, teveel uitleg, vernietigt het gedicht. Zowel het geŽngageerde als het erotische gedicht zijn gebaat bij een niet teveel benoemen. Laat de lezer het resterende puzzelstukje zelf maar plaatsen, zelf de sluier oplichten. Soms schuurt Krog langs het randje van het teveel benoemen, maar altijd blijkt zij toch weer meester van de taal, het gedicht versluierend in woorden.

The Particularity of Nakedness (Marlene Dumas, 1987)

Antjie Krog

as ek jou ruik
raak my asem harig
my stem kry hoenderveel
jou mond proe na pit voor jy penetreer

jou bors die ene niktotien
en heuning    jou bloesende
bedonnerde besnede penis
vou reukloos langs jou dye weg

in jou koel skrotum word sperm
met batterysuur opgemix
jou armholte draai haar poes na my

maar jy lÍ so sag en weerloos uitgestrek
dat ek vir die eerste keer in jare
kan asemhaal in die bloute van jou nek

Het laatste deel tenslotte, Bindweefsel, is eigenlijk het indrukwekkendste gedeelte van de bundel. Hierin keert Krog weer terug naar het engagement, maar nu legt zij een verbinding met heel Afrika. Zo wordt ook de genocide in Rwanda beschreven:

net die dood alleen weet
dat die hand van 'n broeder dodeliker
regeer as die dodelikste maaier deur God bedink

[Ö]

ons is Rwanda
ons Ūs onvermijdbaar

in die dood het jy jou hart verloor
doe gouddonker hart van Rwanda
die swart skitterhart van ons

(Klaaglied)

Al met al kent Kleur komt niet alleen maar ťťn manco: de Nederlandse vertaling. Goed, het Afrikaans van Krog is op niveau en vaak zal een Nederlandse lezer een woord moeten nazoeken. Maar doordat de bundel tweetalig is, is het nu te makkelijk om alleen het Nederlands te lezen en daardoor dat prachtige en veel poŽtischer Afrikaans mis te lopen. Want wat in het Nederlands vertaald is met 'Ik ben geboren' heet in het Afrikaans ' Die begin van my'. Ook is er soms een, zij het miniem, betekenisverschil te bespeuren tussen het Nederlands en het Afrikaans; 'omdat we nu heten naar wie we zijn' betekent toch nťt iets anders dan 'omdat ons nou ons eie woord is' en dat is jammer. Ik kan een ieder dus aanraden om toch vooral de moeite te nemen het Afrikaans te lezen. En wie dat doet kan nooit meer zeggen dat poŽzie het niet in zich heeft de wereld te veranderen. Want de poŽzie van Antjie Krog kan dat wel degelijk. 'Dit is een van die weinige bundels waarvan ik kan zeggen dat ik na lezing ervan anders naar de wereld ben gaan kijken: met meer deernis, meer begrip en eindeloos meer vergeving' zei Andrť Brink over Kleur komt nooit alleen. Ik sluit me daar van harte bij aan.


Milla van der Have


>>
klik hier om terug te keren naar de hoofdpagina
<<